donderdag 6 juni 2013

REÏNCARNATIE EN CHRISTENDOM - WATER EN VUUR?

Posted on Tuesday, April 13, 2010 8:19 PM

REÏNCARNATIE EN CHRISTENDOM - WATER EN VUUR? [Essay van 16 april 1999] Lezing voor de Christengemeenschap te Amsterdam


"Zien we 2000 jaar Christendom als een brede rivier traag door oneindig laagland gaan, dan is Reïncarnatie daartegenover ketters ergo vuur; maar is niet toch de stelling te inverteren door Reïncarnatie te zien als het ritmisch meest vanzelfsprekende op d'aard waardoor dienten­gevolge het Christendom vuur...?"

"Deze verge­lijking is reëel", verklaart de spreker Maarten Udo de Haes (Den Haag) op 14 april 1999 voor een gehoor in de (antroposofische) Christen­gemeenschap te Amsterdam uit eigener ondervin­ding: acht a negen jaren geleden werd door 'n zeker Interkerkelijk Vormingswerk en Stu­dentenpastoraat een colloquium gehouden over onderhavig brisant onderwerp, waar vooraf als omen al niet minder dan drie maal verhit werd praevergaderd of de titel eigenlijk niet "Christendom en Reïncarnatie" dan wel  "Christendom of Reïncar­natie" moest heten, met als uiteindelijk resul­taat dat genodigde sprekers als Alers en (de dolende ridder) Harry Kuitert ijskoud wegbleven..., waarop De Haes het rijk alleen had.
Het evalu­atierapport heeft dit angstige weghollen voor het nageslacht genotuleerd om de traditi­onele Kerk haar status quo van Reïncarnatie eens goed te laten demonstreren:
òf het is irrelevant 
òf men acht het heus wel interessant maar beschouwt zich in casu als incompetent.

De Haes provoceert de Kerken met de stelling dat zij hierin wel mòeten belangstellen, het onderwerp serieus nemen en stelling bepalen. In de recente film "Shakespeare in love" wordt bezoekers op weg naar The Globe door drommen geestelijken in habijt voorgehouden, dat theaterbezoek strijdig is met en zondig is volgens het Christelijk geloof, waarna we later diezelf­den notabene gniffelend op de banken zien...

Talloos zijn uitspraken en citaten over Reïncar­natie.
De H. Olaf (11e eeuw) in Noorwegen zou deze oergedachte bij zijn kerstening hebben afgezworen om haar  later zelfs opvliegend te bestrij­den, wat hij voorheen zo vanzelfsprekend achtte. Keizerin Elisabeth van Oostenrijk in haar jour­naal, Henri Ford en zelfs Benjamin Franklin op geestige wijze gaven blijk van hun persoonlijke opvatting. Voegen we daarbij zo duizenden 'bdes'  (=bijna-dood-ervaring, mv), dan hebben we de Reïncarnatie ‘in aanzet’ im Griff, maar bewijsbaar is niets. Echter, er zijn teveel indiciën om ze niet serieus te nemen. Edoch “met 'bewijs' worde toch uiterst voorzichtig omgesprongen, ja zelfs afgeraden!”, moneert De Haes, "Verder dan de eigen overtuiging en toepassing voor eigen leven zoude niet moge­lijk moeten zijn. Geloof je keihard niet, gelijk de atheïst die schertst dat 'als God bestaat ik atheïst ben', dan is alles natuurlijk charlatanerie; maar waarom zouden we zó kritisch ons opstellen als de vanzelf­sprekendheid zó persoonlijk & krachtig wordt doorvoeld?"

Een drietal indiciën uit de Bijbel.
Eindigt Malakias 4, 6 met de voorspelling van de wederkomst van Elias, het NT volgens Mattheus 3 sluit daar 'naadloos' op aan met het optreden van Johannes de Doper. Nicodemus (Johannes 3) vraagt over de wedergeboorte, waar de Canisius snelst annoteert dat dit een geestelijke, derhalve niet-letterlijke (dus bovennatuurlijke) wedergeboorte is. We kunnen zonder meer stellen dat het vanzelfsprekende der oergedachte van Reïncarnatie niet altijd expliciet is behoefd vermeld te worden, maar te bewijzen valt er wederom niets.
Toch twij­felde Erasmus niet dat er weldegelijk onwelgevallige passages uit de Bijbel geschrapt zijn geworden. Wellicht duidelijk is deze vanzelfsprekendheid bij de leerlingen voelbaar als zij de blind­geborene beschouwen als 'n gevolg van 'n zeker onrein verleden? (Johannes 9) wat, stel ik,  ieder in die tijd en lang erna bij de mankgeborene al als een duivelse invloed zag. Ieder voor zich blijft vrij, wat we ieder gunnen.

Origenes sprak over de ‘anteriores causae', waarmee prae-existentie zij bedoeld, wat weer een verschil inhoudt met het begrip Reïncarnatie: 'vóór-waarden', we nemen iets mee van het oude. De groeiende en bloedige felle tegenstand culmineerde in een veroordeling van diens leer en school op het 5e œcumenische Concilie Constantinopel II (553) en jaren later van de persoon Origenes zelve. (Ik weet dat Augustinus zijn opvattingen al bestreed en dat in de Scholastiek Thomas zijn naam consequenterwijs verzweeg.)

Zo blijft Reïncarnatie officieel ontkend*,
immers het begrip 'voor­geboorte' is strijdig met de creatio ex nihilo. Het gehele, nu Europese gebied heeft vormen van prae-existentie gekend en Richard Wagner haakt hierop in, Kundry in de Parsifal tijdens een vorig leven het sterven van Christus spot­tend te hebben laten aanschouwen. En wat in de Aziatische werelden zo gewoon is, Reïncarna­tie, zo de film 'The Buddhas of Siam'  (Thailand) in de Nieuwe Kerk januari 1996 begon! Ikzelf vermoed dat de missionarissen van Europa's befaamde kerstening niet ambigue te werk wilden gaan en zich dus restrictten tot de nieuwe leer.

Een loerend gevaar
voor de begrippen van Reïncar­natie en prae-existentie schuilt in uitwassen als het Indiaas kastenstelsel tot het misach­ten van een geboorte met handicap. Dan werkt 'n 'karma' eerder verdoemend en discriminerend. Maar uitwassen van elke leer of wereldbeschouwing, ook die van de Christelijke, zijn nog geen grond het geloof an sich te verwerpen. Er blijft bij de traditionele Kerken derhalve een focussering op het leven-nü, wat maar een deel van de Waarheid is. Zo denk ik ook wel, in modestia.

Amsterdam, 16 april 1999


* De Abbaye Saint-Joseph de Clairval (F) geeft tegenargumenten op, inzake de 'heidense Reïncarnatie' in haar maandelijks schrijven van Allerheiligen 1997:

·                   Reïncarnatie is een theorie van zelf-verlossing i.p.v. De Verlossing door Jezus Christus;
·                   De (R.K.) leerstelling over het bijzondere oordeel (na de dood) wordt onaannemelijk (KKK 1021,1022);
·                   Disovereenkomst met de (R.K.) opstanding der lichamen (KKK 1059);

maar stelt tevens dat in de Westerse wereld de Reïncarnatie ook op een positieve wijze wordt voorgesteld alle menselijke verlangens niet in één enkel bestaan te realiseren en correctief op te treden.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten