zondag 28 april 2019

Paardendiefbestrijders worden welzijnswerkers

De Gemeenschap van Anti-Paardendieven (Detham bij Boston, MA) evolueerde binnen honderd jaar met een nobel welzijnsdoel en tot een wereldstatus. Een lidmaatschap o.b.v. coöptatie is voor de allerhoogsten als presidenten en paus. Zij heeft iets weg van de Maçonnerie, echter zonder rituelen.

Maar de gewone componist Arthur Foote was ook lid doch is deze is geen kleintje.




donderdag 18 april 2019

Poggemeiers Zieleleven

Jan Willem Poggemeier werd geboren te Amsterdam in 1926. Hij was een beminnelijk man, glimlachend, hese stem maar van weinig woorden, althans tegen mij. Vooraf de zitting van het Wagnergenootschap Amsterdam (nu Nederland!) lazen hij en zijn Joodse partner (1948) in wagneriaanse studieboeken en keken op als ik bij binnenkomst hen begroette.
Wel wat comedie, denk ik dan.

Zijn vader, Jan Willem (1896), was in het zakenleven een belangrijke functionaris: procuratiehouder en commisionair bij Nachenius die op 18-jarige leeftijd al zijn diploma Mercurius behaalde. Hij woonde in de componistenbuurt t.z.v. het Vondelpark. Zijn eerste huwelijk duurde kort wegens overlijden van zijn vrouw op 30-jarige leeftijd maar Jan was reeds ter wereld zodat hij door zijn stiefmoeder is opgevoed. Jan Willem vierde zijn 25-jarig beroepsfeest in 1940 met een receptie.

Zijn oom, Hendrik Willem (1886), was technisch tekenaar en opzichter bij de Gemeentelijke Woningdienst. Deze woonde in de matige buurt ten linkse van het Stadionplein. Hij had een Joods huwelijk en kreeg vier kinderen, die dus dicht in de buurt de speelkameraadjes waren van onze Jan Willem. Ook twee zoons waren technisch maar de dochter was in een apotheek.

Beider Grootvader Hendrik Willem (1866) had een zuster met een Joods huwelijk. Deze man stierf in Nederlandsch Indië in 1945. Zij hadden drie kinderen,

Terug naar Jan Willem. Hij studeerde aan de GU geneeskunde en behaalde in 1947 zijn kandidaats. In 1951 kreeg hij zijn artsexamen en 1952 de bevordering. Officieel arts in 1954. Een jaar hierna vestigde hij zich te Amsterdam. In 1956 huwde hij Friederike H. van Katwijk (1933) om zich te Groningen te vestigen. Zij had haar ouders op een goede stek te Amsterdam-Zuid, moeder was lerares Nederlandse taal en letterkunde aan het Amsterdams lyceum.
Maar hij maakte een opstap naar de RUG om in 1959 onderwijs te geven in de neurofysiologie als ook (tijdelijk) wetenschappelijk ambtenaar in de psychiatrie. Zijn naam is gevestigd.

Terug in 1959 te Amsterdam zat Jan eerst aan de Keizersgracht als alleenwonende om daarna in 1961 zich definitief te vestigen aan de Vossiusstraat met Noordelijk uitzicht op het Vondelpark. Hier is hij samenwonend met voornoemde jongevrouw geb. 1948. Het is een Herenhuis uit 1879 en bestaat uit een benedenhuis (hoger dan de straat), bovenetage en een kelder met bovenramen op de loopstraat. Hier had hij zijn specialistenpraktijk maar ook was Jan verbonden aan de RIAGG Zuid/Nieuw West, de NVSH en naar ik mijn herinner eveneens aan een humanistische organisatie.

Jan had een merkwaardige nevenactiviteit: hij was secretaris van de Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde - Groep Noord-Holland te 's Gravenhage.


Vossiusstraat 16 hs














Hier te Vossius heeft hij ongelukkigerwijs in 1984 op zijn 58e z'n overlijden gekregen door suffocatie. Als je nagaat dat deze etagen in augustus 2018 ruim €1,6 miljoen euro kosten kan je je indenken dat een erfgenaam in 1984 zij het minder maar dan nog een fors sommetje verkregen heeft  voor een wonnige toekomst.


Jos
AMSTERDAM 

E-mail Jos











vrijdag 12 april 2019

Paasdatummen


Ik heb een voor de hand liggende monografie geraadpleegd met betrekking tot de berekening van de paasdatum, als geschied door vroegchristelijke theologen, een studie uitgegeven door de Benedictijner geleerden van Maria Laach. Dat er vele berekeningswijzen zijn, wil ik verzekeren en het is geenszins mijn bedoeling alle (die ik bekeken heb dan...) beknopt voor te leggen, maar ik wil mij desalniettemin voorstellen een studieuze gezindheid getoond te hebben door enige interessante gegevens te verstrekken.

Geleerden zijn er in de christelijke geschiedenis altijd geweest en grote namen als Origenes (185 - 253/4) leerde ik als jongeman al kennen uit een boek van C.G. Jung, die in zijn berekening de zon, maan en lentepunt betrok en kwam tot een 19-jaar cyclus. Bisschop Anatolius, 3e eeuw, vervolgde deze weg om hiermee de Metonse cyclus van 8 jaar te kunnen verbeteren. De Joden moeten een 84-jaar cyclus bezeten hebben, wellicht later teruggebracht tot 30 jaar. Hun berekening is de basis van alle volgende.
In het (oude) Egypte bestond een 25-jaar cyclus, met na afloop een verschil van 1 uur en 8 minuten t.o.v. de zonbeweging.
Dit laat zien een aantal cycli-opstellingen van 8 tot 532 jaar, met voor ieder een correctie na afloop, hoe groter de cyclus, hoe kleiner het verschil met de zon. Had Anatolius gelijk gekregen, zoals misschien in het door de Oud-Armeense Kerk overgenomen zijns systeems, dan zou zelfs een saltis lunae (maanschrikkeljaar) benodigd zijn geweest om weer gelijk te komen met de Juliaanse kalender; later is in de Armeense Kerk het 532-jaar systeem aangehouden.
Welk is nu het beste? Dat, welke het meest voldoet aan de eisen van de religie. Daartoe moet empirie, damals wel bekend daar men vanaf de vroegste oudheid en weliswaar hier niet vermeld, zelfs in het oude India al observatoria bezat, gegoten worden in het keurslijf van de religieuze vormen, waartoe een oneindige vindingrijkheid benodigd is. Dat dit thans ridicuul overkomt, wil ik je verzekeren, want waarom dient toch deze eeuwenlange rekenarij en strijd (zie verder) als toch het geloof zo mooi is om in de Hemel te komen; dan maakt een datum meer of minder toch niets uit? Geloof het maar, ze hebben gerekend als bezetenen alsof hun leven op aarde en de plaatsbespreking in het hiernamaals ervan afhingen. Als nu de zon en de maan volgens Genesis op de 4e dag geschapen zijn, betekent dat dan dat deze nieuw zijn, of vier dagen oud? Bij de maan impliceert dat een reeds begonnen periode van schijngestalten, zodat de verdere berekeningen hiervan afhangen.

Bisschop Athanasius (twijfel ik) zou de nieuwe maan aangehouden hebben, zodat op Pasen de volle maan geldt. Als God scheidde licht en duisternis en zijn schepping volmaakt is, zijn lichtduur en duisternisduur gelijk, welks uitsluitend het geval is op de equinoxen (lente- en herfstpunt), waarbij het lentepunt het meest voor de hand ligt, daar lente nieuw leven betekent, wat identiek gesteld wordt met opstanding. Daar de wereld in 6 dagen geschapen is en de 7e dag een dag rust betekent, moet Pasen vallen op een zondag, zodat deze paasdatum tussen 22/3 en 21/4 valt. Welk een pretentie van het geloof de gehele wereldgeschiedenis bij en met haar te laten beginnen! Het lentepunt als begin van de cirkel en thans in de astronomie het orthogonale hoekpunt van het heelal.
Ananias, zoon van Johannes van Shirak beweert dat bij de schepping de maan vol was (Luna XIV) op de 4e dag der schepping t.t.v. het lentepunt. Eigenlijk een contradictio in terminis, maar "een begin moet er zijn". Hij houdt rekening met de door Constantijn tijdens het concilie van Nicea (325) gevoerde eis, dat het christelijke Pasen niet samen mocht vallen met die van de Joden (reden overbekend...), en tevens met een afwijking van het gevoerde systeem van Andreas, dat een 200-jaar cyclus inhield.
Justinianus liet een multiregionale commissie van Alexandrijnse geleerden (onder wie één jood) uitzoeken wat de beste datum was teneinde tot een reformatie in casu te komen; ik geloof dat deze een 19-jaar cyclus aanhield. Er wordt als in een CNN-reportage een anekdote beschreven van de querulant Iron, die weliswaar buitenstaander en niet geïnviteerd, daverend ruzie begon te maken over hun wijze van berekenen, zijn tafels uitspreidde, welke niet anders dan een overschrijven bleken van de bekende 532-cyclus. Men had Pasen best op een werkdag kunnen aanhouden en als deze noodlottig samenviel met de Sabbath, dan een dag later. En vallend op een zondag, dan een week later. Iron wordt als een Sophist beschouwd (maar bij een 19e eeuws geleerde las ik een eerherstel voor de denkwijzen der Sophisten, wat niet zo de geschiedenis is ingegaan...)

Recapitulerend weten wij dat de zon, maan en lentepunt in de berekening worden betrokken, de zondag = rust het begin als paasdag geldt en dat een kleine afwijking in formuleren een gevolg heeft voor de Paasdatum. Een verschil met die van de Joodse datum is opzettelijk geconstrueerd. Dan is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de Byzantijnse datum opzettelijk verschillend gehouden met die van de christelijke rekening en heeft de christelijke zich in 1584 weer afgezet tegen heersende dissidente opvattingen. Dit betekent dan meer dan een millennium rekenstrijd en nog altijd blijven verschillen in computatie over de wereld. Zuiver opzet dus, zoals in de gedragswetenschappen bekend is dat een profileren betekent een zich afzetten tegen (het gedrag van) de ander!

De Paasdatum nu tussen 22/3 (de eerst mogelijke zondag na de equinox) en 25/4 (de laatst mogelijke zondag na 21 april); DUS cyclus 19 jaar; synodisch maanjaar van 354 dagen en een correctie na lange tijd.
De eerste zondag na de Luna XIV na de equinox(lente).
Amsterdam
 23 X 1994

Was bestemd voor Jan Bakker, Amsterdam








woensdag 10 april 2019

Bodar


Antoine (ligt lekker in de mond zo een naam)
heeft naar zijn zeggen de praktische homoseksualiteit afgezworen en wel na een lang overwegingsproces. Ik wil hem best geloven maar in de psychiatrie bestaat het woord sublimatie om met dezelfde energie iets andersoortig te verrichten.

Ik heb Bodar meermaals van nabij meegemaakt: in een Latijnse kerstavondmis in de (protestants) Engelse kerk aan het Begijnhof in 1996, in de Vereniging voort Latijnse Liturgie (ben ik geen lid meer van) en gezien dat hij heel intens de mis kan opdragen. Aan zijn religiositeit twijfel ik dus niet (heb ik eenmaal wel eens geschreven t.a.v. een ander). Bodar schreef al over Liturgie als Kunst in een Jubileumboek Nova et Vetera (1992). Kan ik vanavond voor je scannen.

Ig
Bodar werd najaar 1958 verwijderd omdat hij eerder droomde dan attent was. Ten onrechte wordt geschreven op het Ig gezeten te hebben maar dat is dan een jaar of iets langer.

Bodars aantrekkingskracht
Bodar trekt vrouwen aan (Duits: pfaffengeil), wellicht vanwege zijn aardige voorkomen en zijn prachtige stem. Een aristocratisch voorkomende vrouw van de Krijtberg heeft eind 90er wekelijkse missen georganiseerd in een betonnen kerkgebouw aan de prinses Irenelaan, voor … liefhebbers van Bodar! Eens liep Bodar gewoon weg omdat het koor niet om aan te horen was… En weg waren de missen daar, op zich had de organisatrice ook een andere priester kunnen uitnodigen, het is toch een existerende geloofsgemeenschap, maar nee, het was voorbij. Zo bewijst dit dat de gelovigen, sla me dood als de meesten geen wyf zijn, eerder kwamen voor de Bodar dan voor de heilige Mis.
In de Krijtberg zag ik vaak een vroom jong vrouwtje die zonder kosten de was voor hem doet, hij woont ergens aan de Kerkstraat als wereldheer. Als dank krijgt zij jaarlijks een etentje. Jammer dat dat vrouwtje niet vlot met mannen omgaat, laat staan voor een leuk gesprek. Maar zulke wyven waren er meer ad locum.

Maar Bodar is ook querulanterig.
Hij liep weg, zie hiervoor.
Was hulppriester in de Krijtberg (eigenlijk een Jezuïetenkerk) in elk geval vóór 1997. Op de pastorie kwam hij erachter dat een studentenpriester een vriendje had en ‘n ander een dochter. Toen Bodar, alweer met conflict, vertrok, onthulde hij deze buitenechtelijke affaires en het schandaal was geboren. Nou, die studentenpastor heb ik met foto gezien in Folia en een echte homokop had hij wel, dacht ik toen al. Beiden moesten weg uit de orde.
Hij werd benoemd tot plebaan aan de Sint-Janskathedraal  te Den Bosch. Hier hield hij het ook niet lang uit en hij liep weg omdat het koor en anderen op gelijke hoogte stonden als de celebrerende priester.

Zijn wetenschap
Hij studeerde kunstgeschiedenis aan de UvA en promoveerde op een proefschrift over Jolles, een nationaalsocialistische cultuurfilosoof. Ik heb daarin uitvoerig gelezen. Gaf een lezing in de UB 1995. Bodar schrijft opvallenderwijs in gewone taal, geen larderen met wetenschappelijke terminologie.
Na het falen in Den Bosch ging Bodar naar Rome om ten tweeden male te promoveren, naar mij werd verteld. Maar daarvan heb ik nimmer iets gelezen. Dat kan best op dat Nederlandse instituut in Rome, met een archief en bibliotheek.

Media
Als menig journalist iets wil weten is Bodar snel gevonden. Deze kan overal wel iets over zeggen, echt een specialisme heeft hij niet. Zo was het ooit met de historicus prof Maarten van Rossem, geb. 1943, die altijd gevraagd werd maar ooit uit de gratie raakte.

Ik
Hoe ik dan tegen die man aankijk? Zoals vaak ik met mensen doe, jij bent homo, de ander Jood en wat niet meer. Geheel onbevangen kan ik niet meer tegen iemand aankijken laat staan opzien. Dat iemand homo of Jood is staat spontaan voorop bij mij.

Zo heb ik met spontaneïteit wat uit mijn herinnering opgeschreven zonder raadpleging van informatie op het Internet.
Zoeken of ik meer Bodariana in huis heb is geen doen, ik archiveer deze maanden, maak back-ups en schilder mijn huis ook nog.

(Geschreven 2011)





zaterdag 6 april 2019

Amstelvaart eenmaal aangelegd

Medio 80er had ik er een gewoonte van gemaakt in de zomermaanden cafe's in Amsterdam binnen te lopen alwaar ik niet eerder geweest ben. Zo ook in Amstelvaart, café slijterij, aan de Ceintuurbaan 257. Dit is vlak naast het fraaie huis met de kabouters (1880). Ik wist de naam van de valse nicht uit café Mulder die aldaar vaste bezoeker geweest is, deze woonde immers niet veraf, maar jammerde dat de zaal zo achteruit is gegaan... Onjuist, zijn gedrag te midden van anderen is zo zot zodat hij eerder de zaak uitgekeken is!

Al ras zat ik naast een kleine dikke man die zijn benen wijd gespreid had, wat een ruimte van drie barkrukken inneemt. Toen hij die twee opvouwde kon ik eerst zitten. Hij had een personeelsfeestje gehad en bekloeg zich geen Macon geschonken gekregen te hebben. Zo een chique wijn van een  werkgever? Toch ondenkbaar. Interessant was dat hij de balance of power van de Engelse politiek begreep en hij altijd de gewonnen party oversloeg teneinde deze niet te machtig te laten worden.

Meer bezoek is niet mogelijk daar de zaak ligt ver buiten mijn route.

Dan ging ik verder naar mijn vaste stek; een forse wandeling onder het avondrood.

Rolff (van der Lof)

Mevrouw Rolff, zo wij haar kenden, is geboren in 1899 en vierde haar 100e jaar in 2009 in het Menno Simons restaurant. Zij woonde echter in het woon- en zorgcentrum in Buitenveldert, a/d Kalfjeslaan. Doch dineren ging ze zowat elke dag in het restaurant Menno Simons waarvan ik haar ken. Behalve op de feestdagen. Ze had een vast tafeltje, werd gebracht en gehaald door een speciale taxi à €1.


Mevrouw Rolff en de hulpkok Abdoel


Ik kon goed met haar opschieten en heb vaak een babbel met haar gehad. Als ik met de bezem wat gruis van de vloer veegde ging ik dreigend op haar tafeltje af en trok ze haar beentjes veiligheidshalve op.

Eigenlijk heette ze Maria Fredrika van der Lof en was weduwe sedert 1984. Zij en haar man (*1898) bezaten ter Rolff Ruiterhuis, sportzaak en maatkleding, aan de Vijzelstraat 15-17 hs t/o de Munttoren. Een klassieke zaak met een vast publiek. Ooit kocht ik er een jeans maar na twee maanden bleken er twee gaatjes in de komen, wellicht van het prijskaartje in de etalage. Een soort bedrog maar niet zo erg.

Ze had wel geld, vandaar excursie elke dag. Haar financiën werden beheerd door haar zoon Frits H.J. (*1933) die helaas omstreeks 2007 overleed. Dat is de tragiek van oud worden: je ziet al je familie, vrienden en kennissen verscheiden worden. De geldzaken werden overgenomen door zoons vriend die daarom allemaal handtekeningen moest vragen voor de bankregeling.

Rolff Ruiterhuis is ooit verkocht. De nieuwe eigenaar bleek het niet meer zo goed te kunnen redden en deed zijn beklag bij haar zoon. Goedhartig betaalde deze een gedeelte van de verkoopsprijs terug! De run was er gewoon uit.

Mevrouw Rolff genoot elke dag van haar zitplaats met uitzicht op de tuin. Ze was gewoon enthousiast. Slim van haar zo een uitstapje te maken, maar met geld bereik je meer.

Altijd dronk ze een wijn bij het eten. Maar tweemaal viel ze om en werd de GGD geroepen. Voortaan dronk ze alleen nog maar een frisdrank die niet gekoeld mocht zijn. Ik verwarmde die onder mijn arm.


Mevrouw Rolff 99 jaar 7-7-2008


Zij vierde haar 99e verjaardag, waarvan twee foto's. Haar moeder Maria F. Wiggemansen moet ook honderd zijn geworden. Mevr. Rolffs honderdste is ook gevierd; ze had een prachtige coiffure. Hiervan heb ik echter geen foto.


Jos Heitmann en Natasja van Praag 2-1-2007 


Gerard Das en de chef kok (al 25 jaar)





























woensdag 3 april 2019

Joodse zaken in Buitenveldert

Koosjere broodjeszaak Sal Meijer zat in de Jodenbreestraat (de beste plek!), dan Nieuwmarkt en ten slotte Scheldestraat. Aldaar kwam ook de Amsterdammer Willem Holleeder een pekelvleesje halen.
De zaak werd voortgezet door het echtpaar Blog, daarna het echtpaar Koppert-Van Nieuwkerk.
Aan de Buitenveldertselaan kwam de nieuwe winkel onder deze naam.
Zovele malen ben ik er langsgelopen maar druk was het nooit. Zij die er kwamen gingen voor de deur op een klein terrasje zitten en dat is beter dan binnen. Ik kreeg het idee dat ze de voorbijgangers aankeken.
Nu is de zaak voorgoed gesloten al is het maar vanwege de dure prijzen. Op zo een locatie is de winkelhuur er ook naar, verdere smoesjes geloof ik niet.

In de Kastelenstraat, hier kan je wel eens een oude Jood met lange jas en hoed waarnemen, is nog een Joodse bakkerij met eigen oven in de nacht door een persoon. Melkbrood verkopen ze niet. Een Joods restaurant en een Joodse kruidenier Mouwes. Een snuisterijwinkel en een chocolaterie in Rooswijck. Dan houdt het mooi op.

In veel chice huizen wonen Joden.

Verder zijn er Joodse scholen, een Cultureel Centrum met een orthodoxe synagoge (nooit druk!) maar de urinoir met modern design is verdwenen.

dinsdag 2 april 2019

Valkering vliegt hoog weg

Pastor (zo de beroepsnaam tegenwoordig is) Valkering (Pierre) zag ik het eerst en het laatst op 1 -2-1998 en 29-3-1998 tijdens de heilige Eucharistieviering in De Vredeskerk te Amsterdam. In dit gebouw was ik na de St.-Franciscusschool (1956) niet meer geweest. De kruiswegstatiën waren het bezien wederom waard, geenszins de houten dwarsmuur zowat midden in de kerk teneinde de lege ruimte gevoelsmatig te verkleinen.

Het bijzondere was een opvoering van Latijnse gezangen volgens de Gregoriaanse ritus, aldaar ongehoord sedert 1970. Het idee kwam van Valkering zelf. Het koor was onder de de bezielende leiding van Wim van Gerven (+1-11-2008). Hierin zong ook (Dr.) Marcel Zijlstra die later de leiding van het koor zou overnemen.
Ik hoorde het orgel, minder volumineus dan in andere kerken. Ook het vaste zangkoor. Maar het Gregoriaans stond voorop.

Van de Nederlandstalige eucharistie heb ik maar matig verstand aangezien ik zo'n tien jaren vaste bezoeker geweest ben van De Krijtberg en in mindere mate De Papegaai. Met Irene die koordirigent was ben ik wel heel wat keren mee geweest dus ken ik de nieuwe misorde heus wel. Van de liederen echter geen steek. Maar Jos zal er ook nooit aan gewennen. Het meest vreemde vond ik de staande mannen en vrouwen in kazuifel achter de celebrerende priester, geenszins acolieten, wat betekent gelijke hoogte waar iemand als Bodar bezwaar tegen koestert. Verrassend (en ook fijn) was dat Valkering tijdens het Pax Christie velen op de zitbanken persoonlijk de hand schut.

Na afloop was er koffie en zag ik een arme drommel uit een ver land een paar kopjes nemen. Niemand stoorde zich daaraan.

Ik weet niet wat mijn gevoelens nog waren na zo lange tijd ad locum weder te keren waar je zes jaren van je jeugd vertoefd hebt. Dat was toen dwang. De bakstenen tellen doe ik niet, dat zou verveling zijn, maar ik zag ze wel. Ik had nog een fijne babbel met een vaste bezoekster uit de Linnaeusstraat.

Nu komt Valkering in het nieuws een (mannelijke) partner te hebben. Maar met een vrouwelijke was dit net zo gebeurd tenzij de acteurs zwijgen als het graf. Dat betekent ambtsontheffing na 25 jaar goed werk. Daarenboven, een zeer discrete gewijzigde opvatting ten aanzien van de dogmatiek, hoe persoonlijk ook, onder invloed en gevolg van het eind 19e eeuwse modernisme, moet je gewoon voor jezelf houden. Een baan als godsdienstleraar kan nog wel als ook daar waar cursusmatige spiritualiteit beoefend wordt. Een ex-priester wordt gelukkig niet meer als een vitandus als vroeger beschouwd en behandeld. Maar je staat wel buiten de kerk.

Het fraaist was wel sedert de opheffing van het processieverbod, ongeveer 2002, een ouderwetse roomskatholieke optocht met brass-muziek (Volendam) door de stad te voeren. Het idee kwam van Valkering zelve. Van de film weet ik dat er veel Surinaamse mensen in meeliepen. Daarna is dit niet meer vertoond, evenmin door andere RK kerken. De Stille Omgang is heel wat anders.





De Vredeskerk 50 jaar met Maria en kind


Jos Heitmann
AMSTERDAM

E-mail: JOS