zaterdag 30 maart 2019

J.E. van de Kamp - Mens durf te leven! Korte biografie


Jan Engelbertus van de Kamp is op 19 januari 1915 geboren te Kampen. Vanaf 1937 is hij woonachtig gebleven te Amsterdam. Hij huwde in 1942 Cathrina Z. Valentijn, geboren te Hoogezand in 1918. Van de Kamp is werkzaam geweest als hoofd van de reserveberekeningen bij de levensverzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1870 aan de Herengracht 124-128. Daarvan ken ik de man uit medio 60er en heb goed contact het hem gehad, zeker nadat ik gewag maakte een zestal lezingen gevolgd te hebben door de heer onderwijzer W.C. Verdoorn (1902-1981) over de Geschiedenis van de stad Amsterdam, begin 1965 gehouden in het Vossius. Straks zal blijken dat ook
Van de Kamp deze geleerde goed gekend heeft en
zelf ook zeer goed op de hoogte is van Amsterdam met name over het de geschiedenis van het Cabaret te Amsterdam.





Van de Kamp was een bescheiden en verlegen man, had een driftige spraak en verhaalde graag over zijn liefde voor het cabaret. Ooit zei hij met emotionele stem de originele gitaar van Jean-Louis Pisuisse te hebben mogen vasthouden.
Zijn moeder pachtte het Melkhuis in het Vondelpark, na Kampen nog wat landelijke omgeving.
In 1960 werd Van de Kamp secretaris van de Vereniging voor Heemkennis Ons Amsterdam.
Hij schreef stukjes over grachtengevels voor het personeelsblad.
Maar een programma van Alex de Haas deed hem de oren spitsen: hij hoorde liedjes van Koos Speenhoff en Eduard Jacobs. Nu was zijn belangstelling voor de kleinkunst gewekt!
Van een kennis kreeg hij een schellak uit 1911, teksten van Dumas en zang van Eduard Jacobs.
Zijn verzamelwoede was ontstaan.

Een buitenkans was aanwezig te zijn bij de lezing met lichtbeelden over het Cabaret, gehouden op 24 maart 1965 in Het Tolhuis. Van de Kamp heeft vaak gememoreerd mijn belangstelling erg fijn gevonden te hebben.

Hij is zo’n 90 jaar geworden. Je kunt wel raden dat zijn uitvaart opgesierd werd met een welbekend cabaretesk lied! Wim Ibo werd 82, Sieto Hoving 91, Alex de Haas 76.


Een verslag naar strict zijner woorden van deze bijzondere avond volgt hieronder.


Cabaret is kleinkunst – in een kleinheid veel gezegd.
Rodolphe Salis (1851-1897) in Le Chat noir, een voormalig postkantoor. Het eerste kunstzinnige cabaret in Parijs 1880.
Aristide Bruant (1851-1925) voegde zich in 1884 bij het cabaret, beroemd geworden door de ballade Le Chat noir! Herman Tholen (1897-1982) zong de Nederlandse vertaling: ”Achter de wolken schijnt toch altijd de zon.” In 1964 nog in Tingel Tangel.
In 1885 nam Bruant het Cabaret over en noemde het Le Mirliton (Het Blaaspijpje). De beroemde affiche van Henry de Toulouse Lautrec (1864-1901)1) De eerste avond waren er slechts drie mensen. Hij schold het publiek uit, aanvankelijk wegens gefrustreerdheid maar men vond het interessant! Zo ook naar vorstelijke personen “Adieu Kozakken” en wel de Russische grootvorsten, en hij kon het zich permitteren. Bruant heeft het tot 1895 volgehouden. Zijn stijl is ongezouten cabaret.
Eduard Jacobs (1868-1914) bezocht Aristide Bruant.
Brouwerij De Hooiberg ter hoogte van Port van Cleef helaas nu onduidelijk, concertzaal 1863.
In 1895 was er de Wereldtentoonstelling op het Museumplein nu. Hier is Van de Kamp niet geheel correct, de eerste Wereldtentoonstelling te Amsterdam was in 1883. Hierna een onofficieel 2eover het hotelwezen. Vele vermakelijkheden met o.a. een reusachtige De Olifant, oorspronkelijk (idee) uit de Moulin Rouge achterkant, waarin een Bierkneipe gevestigd was (zie tekening).  

Ook was er toneel op het terras. Koch uit de beruchte nachtgelegenheid aan Quellijnstraat 64 was de olifant-exploiteerder. Habbele Habo Apollo. Zijn vrouw Lena Koch zong liedjes à la Montmartre. Jacobs zong vanaf 15 augustus 1895 ook op dit adres en zijn teksten waren schuin, een imitatie van de rauwe Bruant, sociale bewogenheid, sterk scherp realistisch. Tot 1904, dan de openbaarheid in.
Koos Speenhoff (1869-1945 bom Bezuidenhout) was zijn tijd vooruit. Samen met Céserine Speenhoff. Teksten van Top Naeff (niet zo duidelijk?). De meest veelzijdige allen, veel zwier en begeleidde zichzelf met de gitaar. Doch minder poëtisch dan de latere  George Brassens.
Paul Collin (1883-1968) werkte na 1920 samen met Speenhoff. Lied: Tantes Testament, de gebakken Peren.
Jean-Louis Pisuisse, zaterdagavond 26-11-1927 vermoord. Geboren 1880 te Vlissingen, gehuwd geweest met Fie Carelsen (1890-1975). Journalist bij AH. Maakte rondjes door Nederland, beheerste vreemde talen. Kleine Zaal 1914. Hij zong ook wel liedjes van Dirk Witte doch schreef er zelf 17. Sterk Franse inslag, droeg Bretons kostuum. “Mens durf te leven!”
Yvette Gilbert (1867-1944), Fie was haar Nederlandse opvolgster.
Georgette Hagedoorn (1910-1995), “De Franse Gouvernante.” Van Pisuisse.
Dirk Witte werd gekend door Pisuisse. Schreef “Mens durf te leven”.
Louis Davids (1883 Zandstraat Rotterdam - 1939). "De kleine grote man." Uit kermisfamilie. Trad op met zuster Rika tòt ze trouwde. Dan zus Heintje, de revue en Flora (afgebrand). Revue “Loop naar de Duivel” met het lied “Zandvoort bij de Zee”. Davids groot succes. 1920 overgang naar de kleinkunst.
Maartje Morris (1892-1983) samenwerking.
Jac. van Tol (1897-1969) tekstschrijver, gekneed door Davids.
Abraham Tuschinski (1896-1942), 1921 theater.
Max Tak (1891-1967) als 15-jarige violist Concertgebouworkest. 1916 dirigeren zomerconcerten.
Bellevue o.l.v. Willem van Rijn. Tak is een uitgesproken kapelmeester.
Alex de Haas (1896-1973) teksten en Max Tak muziek, alleen in de zomermaanden.
1e Kleinkunstrevue 1924. Barbarossa (?) tekst en criticus tegelijkertijd. Jef van Dijk (?) teksten.
Cor Ruisch zanger.



De schutter is 't beeld
der Nederlandse natie
maar dat 'm dat verveelt 
dat merk je aan z'n facie.

Koos Speenhoff  "De Schutterij"



Mens, durf te leven(!)
Cabaret 1900-1940
Maart 1962 Eerste lezing voor de Heemkenniskring Amsterdam. 
24-3-1965 Het Tolhuis Amsterdam.
28-3-1966 Buurtvereniging "Overveen"
16-8-1966 Lezing voor Joodse Invalide met liedjes (door zijn vrouw).
1967 Eerste druk bij A. Oosthoek
Wim Ibo’s boek uitgebreider boek ter concurrentie.
1978 Herdruk speciaal toegespitst op Amsterdam, bij Stadsdrukkerij.
31-3-1979 herdruk boek met voorwoord van W. Polak, burgemeester van Amsterdam.

Mengelberg geen info.

1)       Die van de Chat noir had een scholier van de eindexamenklas aan de muur geplakt.  De (overigens strenge) directeur van het St.-Ignatiuscollege pater Dr. Christiaan Jansen S.J. grapte meermaals dat je in haar staart kon bijten maar hij liet de prent zo.


Jos Heitmann
AMSTERDAM