woensdag 15 juni 2016

In memoriam Paul Woltering met een kleine biografie



Als aanvang van het In memoriam Paul Woltering wil ik beginnen met te stellen de man te hebben leren kennen op het voormalige St.-Ignatiuscollege te Amsterdam in het tijdvak 1960-1961 als voorzitter van de wekelijkse debating-academie waarvan ik fungeerde als secretaris




Hierover schreef ik het volgende:

Op de vaste avond van de Academie, onze debatingclub, op het R.K.
St.-Ignatiuscollege te Amsterdam voor de H.B.S. hoogster klassen, moesten wij
als bestuur, waarvan in de jaren 1960-1961 Paul Woltering voorzitter en ik
secretaris waren, een half uur vooraf wat zaken op orde brengen: de
tafeltjes en stoeltjes schikken, de bestuurstafel van een groen kleed
voorzien en een glazen asbak neerzetten voor de moderator, de directeur van
de H.B.S. pater Dr. Chr. Jansen S.J.

De rituele betekenis van de asbak wordt ons thans duidelijk als de
zeergeleerde Heer Jansen na de opening van de zitting een bolknak uit het
folie haalt en aansteekt. Met dezelfde lucifer toucheert hij het folie in de
asbak wat onmiddellijk in brand vliegt en een steekvlam veroorzaakt de lucht
in, echter gedurende zeer korte tijd. Wij waren gebiologeerd door deze scheikundige
oxidatie.

Het was dan nog muisstil, wij praatten weliswaar met elkaar doch de
levendigheid van de zitting moet nog gebeuren. Veel gedisciplineerder dan de
hoogste Gym-klassen die ook in de retorica leren, met als moderator pater
Cornelissen S.J. waar met een uitbundig theatergeschreeuw en -gekrijs elke
spreker werd belaagd. Hier niet, wij waren nette beschaafde heertjes.
Dus zetten wij de radio aan met als zangeres Rita Reys. Jazz is helemaal
niet mijn smaak maar de stilte te breken en wat gezelligheid te hebben was
ons bestuur best goed. De moderator moest immers nog komen.
Een aantal weken is dit zo muzikalerwijs gegaan totdat in het laatste woord
een nette scholier de mening uitte dat de Academiezaal (op de zolder van De
Fabriek) het binnentreden onder de tonen van de zangeres niet gewenst is.
Nou vraag ik je, het is hier toch geen religieuze bijeenkomst? Er was geloof
ik geen oppositie, dus het besluit was genomen geen radio meer aan te doen.

Natuurlijk moest ik dit in de notulen opnemen, het met mijn schoolse
handschrift voorziene zware folioboek dat ik op de reünie van 16-9-1995 nog
mooi heb kunnen inzien.



Paul was een beminnelijk man, altijd vriendelijk en nooit gebrek aan taal. Hij had immers wat van huis meegekregen, waarover later meer. Hij was vroegrijp en bezat een uitstraling zo, dat ik ontzag voor hem had. Misbruik van zijn capaciteiten, ik doe een greep als machtswellust of chicane, heeft hij nooit gemaakt. En dat blijft je bij!


Eens wandelde ik door de Pieter de Hooghstraat en zag hem een stoepje beklimmen en een woning binnengaan. "Wat doe jij hier?", vroeg ik hem verwonderd. Hij antwoordde met de wedervraag wat ik hier doe... Dit klinkt wat flauw maar is het niet, ik was echt te opdringerig. Later vertelde hij toch vriendelijk dat zijn vader hier woont en dat zijn ouders gescheiden zijn. Bij dit laatste moet je even slikken want scheiding, alhoewel sedert de 19e eeuw al normaal, is misschien toch wel wat scandaleus te verklaren op een roomskatholieke school die in het godsdienstonderwijs leert het huwelijk onontbindbaar te doen zijn. De praktijk leert echter anders.

Paul in geboren te Hilversum op 10-6-1942. 
Paul had als scholier op het roomskatholieke St.-Louis-internaat te Amersfoort gezeten. Eerst in 2011 wordt bekend in een relevant weblog dat aldaar sexueel misbruik heeft plaatsgevonden. Ik heb daar in dier tijd geen aandacht voor gehad maar sedert het rapport Deetman wel. Gevolg is dat zowel schoolgenoten Huub Mous en Nard Loonen in hun desbetreffende weblog hierover schreven en ook ik in mijn schoolherinneringen. Ook ontging mij een discussie in de NRC van 13-3-2010 waarin Paul zijn persoonlijk bizarre ervaring vrijmoedig verhaalt. Ik moest er nu nog van schrikken! In mijn weblog tekstuele informatie (pdf) en beeldbankinformatie (html) heb ik artikelen gewijd aan sexueel misbruik met name van de Odenwaldschule 1 en 2 in Duitsland en vul deze gegevens als een journaal aan met de zaken die steeds maar weer gepubliceerd worden.
Op het Ig komt hij in 1955 en gaat het gymnasiale onderwijs volgen. Vooraf de lessen was hij misdienaar bij de paters Piet Beijersbergen van Henegouwen S.J. en Herman Bruseker S.J. 

 
Herman Bruseker S.J.


Dit gaat maar twee jaren duren en wordt hem allengs een kwelling. Allereerst kan hij niet door een deur met jodenjongen Wientjes, vervolgens krijgt hij een grondige hekel aan de classicus pater Dr. Lorié S.J. Wel goed gaat het met Eric Niehe, de broer van Ivo welke laatste twee klassen hoger zat. Eric is later gaan werken bij Buitenlandse Zaken en werd ambassadeur. Beide zijn zonen van de directeur van het Hunkemöllerconcern. Bernard werd werkgeversvoorzitter tot  zijn 65e maar was aanvankelijk directeur van een badkuipfabriek. Dus switcht Paul naar de H.B.S. om in het derde jaar de A-richting te kiezen. In 1962 doet hij eindexamen wat hetzelfde jaar is voor mij, zij  het H.B.S.-B in de 5-jarige cursus. Buurjongen Rob Bloemkolk heeft hij (op mijn vraag) niet gekend. Uiteraard bereikt hij hier al het hoofdredacteurschap van De Harpoen als je niet kan zeggen wie beter?
Vervolgens gaat Paul naar de UvA en zal in acht jaren drie studies ondernemen. Ik herinner me recht en economie alleen. Bij deze laatste heeft hij zelfs bijles ondergaan, hij is immers een A-leerling, hetgeen een vermogen heeft gekost. In geen van de drie studies heeft hij kandidaats gehaald. Dat kon zeker in die tijd want een beoordeling op behaald resultaat als bij de studiebeurs en rijks-studietoelage was niet het geval, hij betaalde het collegegeld uit eigen zak. In elk geval kan je stellen dat hij universitair onderwijs genoten heeft.
Zijn studietijd zal hij goeddeels doorbrengen in het ASC met name het VDg. H.E.R.A. (1905) aan de Nieuwezijds Kolk waarvan gelijk Luns eerder als voorzitter. Aan organisatietalent heeft het Paul nooit ontbroken - hij heeft het eeuwfeest georganseerd - en hierover meer als ik zijn familiaire background beschrijven zal. Meerdere lustra zal hij meemaken en leiden, als laatst die uit 2004/5 met een diner in de Academische Club waar 30 heraiten van de 200 uit 1962 gekomen zijn. Wellicht in rokkostuum. Uiteraard Paul in de leiding.
In 1968 verlooft hij zich officieel, in die tijd nog gebruikelijk. Maar zijn eerste huwelijk is toch met een ander in 1970. In dat jaar vertrekken beiden naar West-Afrika waar Paul zich zal ontwikkelen tot Afrikadeskundige. Vier Franstalige landen tel ik, te weten o.a. Liberia, Gabon en Ivoorkust. Tropisch houthandel o.a. Hij krijgt twee zonen.
In 1992 hertrouwt hij en krijgt twee dochters.
Als ook dit huwelijk ten einde raakt, Paul gaf haar een force douceur als contante waarde van een fictieve alimentatie, gaat hij ten slotte 'n LAT-relatie aan met een vroeger studiekennisje die kinderen en kleinkinderen heeft. Het was een oude liefde die niet vergaan is.
Nu is het mooie dat beide voormelde huwelijken kerkelijk gesloten zijn, U zult zich verwonderen hoe dit nu kan? Welnu, zijn eerste vrouw is protestants gedoopt die tijdens de mis in de Krijtberg van de bisschop eenmalig 'n dispensatie heeft gekregen voor ontvangst van de heilige communie. Dan ook nog beloven de kids RK op te voeden. Maar een huwelijk met 'n protestant kan kerkrechtelijk ontbonden worden als een nieuwe candidaat zich aandient die roomskatholiek is! Dit is het conservatisme wat na 1970 gebleven is. Ook bij Joden geldt dat een huwelijk nietig verklaard wordt als een der partners naar Israël wil emigreren maar de ander niet. Het kan niet anders dat Pauls vriendschappelijk langdurige contact met de paters Jan van Kilsdonk S.J. en Bruseker S.J. hem op dit spoor gezet hebben.
Hij wederkeert naar Holland in 1994 en gaat wonen in zijn huis aan de Oudezijds Voorburgwal. Eerst later blijkt uit de achtergebleven papieren dat zijn vader dit pand al eens gekocht heeft.

 
Oudezijds Voorburgwal met uitzicht op The Bulldog


Vanuit zijn eerste huwelijk heeft hij van zijn schoonfamilie een tweede huis bemachtigd te Aardenburg/ Zeeuws-Vlaanderen. Sindsdien leeft hij van eigen geld maar is heus wel zo slim een 65+ stadspas aan te schaffen. Hij weet dat vermogens elk  jaar gepakt worden met als klap op de vuurpijl 70% successiebelasting. Dit is als socialistische solidariteit gebleven.
Tot 2011 gaat het hem voor de wind, dan wordt bij hem halskanker gediagnosticeerd. Hij moet 35 bestralingsessies in Antony ondergaan. Taxi heen en taxi terug. Maar op oudejaarsdag 2012 ondergaat hij een 7-urige operatie waarna een lange hersteltijd. Verdere informatie ontbreekt mij totdat ik hem by mail feliciteer met zijn verjaardag. De mail wordt gebounced. Als ik op onderzoek uitga tref ik dat hij in maart 2016, donderdag de 24e, op 73-jarige leeftijd is overleden.


Digitaal Overlijdensbericht

Pauls voortreffelijke capaciteiten heeft hij niet van een vreemd. Kan je bij 'n studie in de wis- en natuurkunde nog beweren dat de proband geen enkele achtergrond heeft, noch familie met studieuze vorming, bij een zakenman (voorheen koopman) moet je wat meegekregen hebben. 

Pauls vader "Toon" is van 1896 en huwde in 1926 een van oorsprong Duitse maar Amsterdamse  "Willy". Het echtpaar kreeg vier kinderen met geboortedata van zes jaar verschil. Nu is Toon zelf ook in de verste verte Duits, diens vader was ook koopman en al genaturaliseerd Nederlander. Allen roomskatholiek. Zouden zij ooit van de hannekemaaiers geweest zijn? Paul sprak van Osnabrück. Maar die allen hadden het niet breed doch konden Gods uitverkorenen worden zich op te werken, denk aan C&A, Vroom & Dreesmann en Peek &Cloppenburg, allen in de textiel. Deze grootvader is het die in 1889 te Hilversum de zaak voor woninginrichting Woltering N.V. opricht welke panden aan het Amsterdamse Damrak 92 en Nieuwendijk gevestigd worden. Tapijten, gordijnen, matrassen en later ook kinderwagens. De notabel woonde op goede stand in de Van Eeghenstraat en de Palestrinastraat en geeft de norm aan voor een generatie en voor na hem óók immer voortreffelijk gehuisvest te zijn. Vanzelfsprekend dat kennismakingen met huwelijkspartners ook uit de goede buurt komen. De vader nu, noemde zich oorspronkelijk agent en commissiehandelaar import-export. Hij kan geboren zijn in de Palestrinastraat en komt later in Hilversum en Heemstede te wonen. Na 1945 in de Pieter de Hooghstraat alwaar hij blijft zitten tot zijn overlijden in 1980.
Toon is lid van de N.S.B. waarvan ik de ingangsdatum niet weet, dacht dat Duitsland de oorlog zou winnen. Het wordt hem wel fataal begin 1946 opgehaald te worden door de P.O.D. en gedetineerd. Zijn vrijlating is niet bekend maar ik kan het volgende toch zeggen dat de late datum van arrestatie, er waren zo niet al honderdduizend mannen, vrouwen en kinderen weggehaald en in kampen opgesloten, heel misschien zijn gevangenhoudingstijd heeft verkort. Maar er is iets wat ik ooit ergens gelezen heb: Een man van maatschappelijke importantie en met geld komt eerder vrij dan de portier (en zijn gezin). Leuk leven is het in en kamp niet, er waren er 150, sommige bizar maar andere vriendelijker, in een film gelinkt door VPRO-Geschiedenis zag ik dat je etensvork gestolen wordt zodat je met je vingers moet eten totdat verwanten je 'n nieuw bestek opsturen. De man is nadien wel opgenomen in de hoogste kringen van ondernemers en zakenlui zodat hij niet jarenlang verwijten of zo naar zijn kop geslingerd zal krijgen. Desalniettemin mag dit wel vermeld worden, al is het maar dat een vreselijk stuk levenservaring moet worden opgedaan dat een mens kan tekenen. Ik las in de 70er in het verschenen boek van H.W. van der Vaart Smit, zelf niet van onverdachten huize wegens zijn medewerking op een Haags Duits ministerie voor onderwijszaken, over "kamptoestanden" en hierin een hartverscheurend boekje opendoet over de verblijfplaats voor en behandeling van de collaborateurs. Ik herinner me dat deze schrijver altoos beroep doet op mensenrechten. Maar dit wordt hem door prof. Belinfante niet in dank afgenomen als deze beweert dat de kampen voor N.S.B.-ers niet te vergelijken zijn met die welke georganiseerd zijn geworden door de Duitsers of nazi's. Als de vader in 1980 komt te overlijden wordt hij door zijn langjarige vriend een edel mens met voorbeeld voor ons allen genoemd!
Doch is er nog een staartje aan dit verhaal. Eenmaal thuis wordt er door het na 1945 opgerichte Nederlandse Beheersinstituut een onderzoek ingesteld naar vijandelijke vermogens. Men dient alle geldelijke transacties (bedoeld die met de bezetter) te overleggen alsmede schriftelijke getuigenverklaringen. Uiteraard voert mij dit veel te ver in deze biografie die immers over Paul gaat maar een beroepshistoricus kan geriefelijker documentatie speuren bij het NOID. Natuurlijk bezat Toon een groot vermogen als ook de enorme waarde van de panden aan het Damrak. Als zakenman verkocht hij ook aan de Duitsers maar dat is nog niet collaboratief. Alleen al dat de NV verder functioneert zegt al genoeg dat Toon er goed vanaf gekomen is.

Pauls moeder Willy is geboren te Amsterdam en komt zelf uit een familie van hoteliers uit Duitsland. Zij heeft de eer met haar man op goede stand te wonen en in Heemstede zelfs een heuse dienstbode aangenomen te hebben. Wat zij voor de oorlog aan werk gedaan heeft is me niet bekend, ze had in elk geval vanaf 1930 de opvoeding voor haar vier kinderen. Haar eigen vader is niet slechts roomskatholiek maar heeft zich ook onderscheiden door kerkelijke inzet. Twee zusjes en een broer verspreidden zich over zuidelijk Nederland.
Als haar man langdurig van huis is woont zij alleen met de dochter. Waar de zoons verblijven is me niet bekend; Paul die toch bijna drie is behoort toch moederlijke zorg te hebben, denk ik zo. Merkwaardig dat zij niet in een kamp is terechtgekomen. De bevrijders misachtten anders de huiselijke situatie, allen werden genadeloos opgepakt en weggevoerd.
Het heeft haar huwelijk geen goed gedaan want na vrijlating van Toon wordt het huwelijk in 1949 wettelijk ontbonden. Zij gaat wonen in een etagewoning ten zuiden van de Sloterplas (niet eens uitzicht op) en is dus haar riante stede kwijt. Alhier moet ze werk zoeken en vindt dit als journalist bij Elsevier met een culinaire rubriek. Hier komt haar "hotelafkomst" mooi naar boven! Doch speelt dit nog verder.

Toon blijft niet alleen, hij zal nog twee nieuwe huwelijken aangaan. Dit doet men tegenwoordig toch niet meer zo maar we leven in een tijd waar de normen en waarden, ik wil niet zeggen beter maar anders waren. Een zakenman met reputatie en maatschappelijk verkeer kan zich niet presenteren met een vriendin, dat zou zelfs als schandaleus ervaren worden. Toentertijd bezigde men het woord hokken. Vandaar dat hij correct moest blijven en een reeks huwelijken zal niemand hem kwalijk nemen als je er niet teveel over spreekt, voor vrienden geldt de laatste partner als vast gegeven. Zakenlui respecteren elkaar natuurlijk privé anders dan met de concurrentie.

Willy is niet hertrouwd; ik kan nauwelijks geloven dat zij een of meer kinderen in haar flat heeft opgenomen. De Pieter de Hooghstraat is ruim genoeg en Paul zelf is daar met tussenpozen verbleven.

Pauls oom Bernard, de broer van Toon, is eveneens directeur van de N.V. Hij geeft zich uit als koopman en directeur meubilering. Hij is geboren in 1898 en dus schier twee jaren jonger dan de broer. Hij was woonachtig aan de Jacob Obrechtstraat, de concertgebouwbuurt. Hij is gehuwd met een te Zürich geboren vrouw. Het echtpaar krijgt een zoon die twee huwelijken zal krijgen en een dochter, hier met drie jaren verschil. Zijn adressen zijn te Bloemendaal of Overveen in de bezettingstijd, Huizen en ten slotte Amstelveen. Begin 40er is hij te Amsterdam aangehouden en werden juwelen en een dik pak bankbiljetten in beslag genomen. Tja, daarmee moet je echt niet mee over straat lopen! Je krijgt onwillekeurig de idee dat de man meer dan witte handel bedrijft doch hier verder op ingaan is buiten de orde van mijn biografie.

Alle (groot-)ouders werden in het genot gesteld van een roomskatholieke uitvaart.

De voortreffelijke zaak Woltering N.V. gaat op 13-5-1982 failliet en zo komt er een einde aan een bijna honderdjarig bestaan, net te kort om hofleverancier geworden te zijn. Ik vermoed dat de discountzaken met veel goedkopere spullen de broers de das omdoen. Kan ook zijn dat hun assortiment gedateerd is geworden en dat de broers te weinig flexibiliteit over hebben tot reorganisatie. Toon is al overleden maar Bernard leeft misschien nog. Competente opvolgers binnen de familie dienen zich niet aan. Wel stroomt een fors vermogen de familie in.
In de 70er heb ik meteen kennisje deze zaak bezocht. Zij was verrukt op Chinese tapijten en die lagen er ook in hoge stapels. Een verkoper hebben wij niet gezien. Maar ik kan haar niet zo vlug een tapijt schenken. Aangezien ze ook gek op geitenkaas was dat nog niet overal in de winkels lag gingen wij naar Abraham Kef aan de Marnixstraat. Eenmaal thuis heeft ze echt gesmuld en was ik blij haar een plezier te hebben gedaan!

De zaak wordt in 1981 overgenomen door een textielhandelaar die wel zo gewiekst was het aandelenpakket niet te kopen. Zodoende kom hij de naam Woltering anno 1889 blijven voeren wat  wettelijk is toegestaan.
De panden komen leeg en worden in 1984 verkocht aan een Zwitserse hotelonderneming. Hiermede is een iedere Amsterdammer bekend gebouw uit het straatbeeld verdwenen.

Misschien is het interessant de Geschwister van Paul even te bekijken.
Het eerste kind Ida is een vrouw die ongehuwd moederschap gekregen heeft. Zij is nog geboren in de Van Eeghenstraat. Deze zoon is in Buitenveldert woonachtig geweest en is in 1994 overleden.

Het tweede kind Jan is een zoon van drie die in 1961 huwt en een dochter krijgt, Zij voert thans een antiekzaak. De man is door een verkeersongeluk om het leven gekomen.

De derde Robbij, later Rob, werd al vroeg weduwnaar en hertrouwde met een Spaanse schone. Hij leeft in Spanje wat voor familie een mooi logiesadresje is! Hij kreeg uit zijn eerste huwelijk drie kinderen die waarschijnlijk allen hoger opgeleid zijn. Met een van dezen heb ik contact gekregen en ben zo aan het adres van Paul gekomen. Rob zat op het Canisius internaat alwaar een paar jaar geleden sexueel misbruik is ontmaskerd; hier is van Rob geen informatie.

Paul heb ik al gehad. Op te merken is dat de Geschwister van zijn eerste vrouw te Aardenburg vaste bezoekers zijn gebleven. 

Duidelijk voor de familiesituatie is dat zowel Rob als Paul naar 'n internaat werden gestuurd, Rob vhmo en Paul lo. Er was immers geen moeder om hen te betreuen en het is voor de rijken al te gemakkelijk van opvoeding af te zijn. Resteert hoogstens 'n weekend thuis.

In de familie van vaders en moederszijde vond inteelt plaats door een huwelijk in 1926. Het echtpaar ging wonen in de concertgebouwbuurt. Grappig is dat het kind dezelfde voornaam kreeg als dat van het hierboven vermelde eerste kind.

Naast zijn onophoudelijke activiteit als avunculus en bon-vivant is Paul ook culinarist.
Van huis uit heeft hij de liefde meegekregen voor adelwild (eigenlijk Duits) of edelwild: van haas en konijn tot patrijs, fazant en pauw. Hert zal wel niet ontbroken hebben. Ook voor zich alleen bereidde hij dit gourmet en bewaarde de jus voor snack. Duidelijk gesteld werd deze speciale voorliefde die levenslang is. Hij bezat oude kookboeken.


De welvoorziene keuken, Joachim Beuckelaer, 1566, olieverf op paneel, 171 x 205 cm, Rijksmuseum Amsterdam. Eigen foto van het adelwild-gedeelte.

Gasten verwennen met zulk kostbaar voedsel is zijn levenslust geweest, ik las eens met zuurkool als groente. Bij de poulier was hij dan ook vaste klant. Doch ook vis ontbrak niet, zeker nu op de Kloveniersburgwal een (wat sjoemelige) Chinese vishandel kwam met dagvers.
Maar duidelijk klinkt de waarschuwing dat dergelijk wild kanker kan veroorzaken, hetgeen men misschien nog niet zo vroeg heeft ontdekt. Als voorbeeld dient de geschoten haas die een paar weken onder de grond moet liggen totdat de maden eruit lopen, eerst dan is de bereiding een succes. Wie het goed heeft eet er ook naar: Man ist was man ißt (Jacob Moleschott) en dat deden hier de vermogende Calvinisten als daar Luther en Mendelssohn eveneens met vlees en vis. Doch moet je dit voedsel ontberen om kanker te voorkomen? Dat zou bizar worden aangezien aan ons geheel leefmilieu gevaar kleeft. Vluchten kan niet meer. En als Paul op zijn 70e halskanker krijgt, zou dit erger zijn dan op zijn 80e? Elke dag pap eten als in vroegere instellingen is wel al te gemakkelijk, in de Hospice Wallon aten de oudjes slechts een smurriesoep welk ook gereserveerd werd in een Duits concentratiekamp.
Lièvre à la royale (haas op koninklijke wijze).
Dit exquise gerecht werd voor het familiekerstdiner in 2009 geprepareerd voor Pauls vriend en twee-sterrenkok Robert Kranenborg. De explicatie is uitvoerig, ik kan het niet opschrijven maar verwijzen naar de verschikkelijke beschrijving van Werumeus Buning (dbnl), zelf ook oktoberwildeter. Het was afwachten hoe de jongeren dit zullen accepteren. De stemming onder de 22 was 11 heerlijk en 11 bah. Desalniettemin een succes, ik denk dat Paul ook van allen genoten heeft zich als fijnproever te presenteren. Hier hebben we de culinaire linie fraai te pakken: van hotel voorouder moederszijde tot moeder als kookjournalist tot Paul met gourmetten die op voornoemd diner zeker wel historische explicatie zal hebben gegeven. In een radiointerview heb ik de topkok van De Librije te Zwolle, Jonny de Boer, ook een wildgerecht horen beschrijven met meer dan eens de verzekering dat je hiervoor absoluut wildkenner moet zijn.

Robert Kranenborg

Kranenborg die bij Excelsior in Hotel de L'Europe zat heeft Paul tot voorproever van  nieuwe gerechten benoemd. En wie zegt dat er een betere expert is?


Paul was te op 12-2-2012 zien op de Tv met een programma over Bernard Wientjes, de voormalige werkgeversvoorzitter. Tijdens de voorbereiding werd Paul geïnterviewd door Frederick Mansell, de Human-documentairemaker. Paul ontmoette Mansell, zelf oud heraiet. Deze werd door Huub Mous naar mij gestuurd voor inlichtingen over het Ig, alwaar Wientjes op het Gym gezeten heeft. In onze uitvoerige correspondentie bleek Frederick het geheim te willen ontdekken wat voor zaken het roomskatholieke onderwijs met name op het Ig Wientjes gevormd zouden kunnen hebben. Ik herinner mij dat dit niet zo uit de verf kwam. Maar de bedoeling is goed. Paul fulmineerde wel met welluidende bewoordingen tegen die dictatoriale bestuurder of hoe je het ook anders kunt formuleren.
Ik bezit een recording ter grootte van 1684MB, zij het in Media Center format (dvr-ms). Dit is ook af te spelen m.b.v. de VLC. Verzending per transferwebsite kan afhankelijk van ontvangers  dwl-snelheid even duren.


Het gelukkige leven met huwelijken, kinderen, ambiance, welvaart en genot kon zijn totale deceptie als gevolg van het verloederde roomskatholieke onzedelijke gedrag nooit meer wegpoetsen. Ik hoor zijn strakke stem nog. Dan te weten dat Jan van Kilsdonk in Brabant ontspoorde priesters nog moed inpraatte. Paul is er altijd zielsmatig door gekwetst gebleven en dat gaat diep! Zijn dichterlijke verzuchting op 29-6-2012:


Gelukkig heb ik reeds lang mijn

'eigen' religie omarmd:
geloof in mezelf,
liefde voor mijn familie,
respect voor anderen, gepaard 
aan een tolerantie
waarbij als de grenzen 
die ik gesteld heb overschreden worden,
dit overgaat in onverschilligheid.







Paul Woltering in de docu van Frederick Mansell over Bernard Wientjes op 12-2-2012.
Ik bezit hiervan een Tv-record (alleen privégebruik) , 0.28.20u, 1,64GB.






Jos Heitmann
AMSTERDAM

mailto: Jos

Corr: 16-6-2016 2w, belasting, Aardenburg; 16-6-2016 ouders en oom, de NV Woltering en Pauls Geschwister; 17-6-2016 Culinair en slot, Roomskatholieke uitvaarten, Canisius; 19-6-2016 Joachim Beuckelaer