woensdag 10 april 2019

Bodar


Antoine (ligt lekker in de mond zo een naam)
heeft naar zijn zeggen de praktische homoseksualiteit afgezworen en wel na een lang overwegingsproces. Ik wil hem best geloven maar in de psychiatrie bestaat het woord sublimatie om met dezelfde energie iets andersoortig te verrichten.

Ik heb Bodar meermaals van nabij meegemaakt: in een Latijnse kerstavondmis in de (protestants) Engelse kerk aan het Begijnhof in 1996, in de Vereniging voort Latijnse Liturgie (ben ik geen lid meer van) en gezien dat hij heel intens de mis kan opdragen. Aan zijn religiositeit twijfel ik dus niet (heb ik eenmaal wel eens geschreven t.a.v. een ander). Bodar schreef al over Liturgie als Kunst in een Jubileumboek Nova et Vetera (1992). Kan ik vanavond voor je scannen.

Ig
Bodar werd najaar 1958 verwijderd omdat hij eerder droomde dan attent was. Ten onrechte wordt geschreven op het Ig gezeten te hebben maar dat is dan een jaar of iets langer.

Bodars aantrekkingskracht
Bodar trekt vrouwen aan (Duits: pfaffengeil), wellicht vanwege zijn aardige voorkomen en zijn prachtige stem. Een aristocratisch voorkomende vrouw van de Krijtberg heeft eind 90er wekelijkse missen georganiseerd in een betonnen kerkgebouw aan de prinses Irenelaan, voor … liefhebbers van Bodar! Eens liep Bodar gewoon weg omdat het koor niet om aan te horen was… En weg waren de missen daar, op zich had de organisatrice ook een andere priester kunnen uitnodigen, het is toch een existerende geloofsgemeenschap, maar nee, het was voorbij. Zo bewijst dit dat de gelovigen, sla me dood als de meesten geen wyf zijn, eerder kwamen voor de Bodar dan voor de heilige Mis.
In de Krijtberg zag ik vaak een vroom jong vrouwtje die zonder kosten de was voor hem doet, hij woont ergens aan de Kerkstraat als wereldheer. Als dank krijgt zij jaarlijks een etentje. Jammer dat dat vrouwtje niet vlot met mannen omgaat, laat staan voor een leuk gesprek. Maar zulke wyven waren er meer ad locum.

Maar Bodar is ook querulanterig.
Hij liep weg, zie hiervoor.
Was hulppriester in de Krijtberg (eigenlijk een Jezuïetenkerk) in elk geval vóór 1997. Op de pastorie kwam hij erachter dat een studentenpriester een vriendje had en ‘n ander een dochter. Toen Bodar, alweer met conflict, vertrok, onthulde hij deze buitenechtelijke affaires en het schandaal was geboren. Nou, die studentenpastor heb ik met foto gezien in Folia en een echte homokop had hij wel, dacht ik toen al. Beiden moesten weg uit de orde.
Hij werd benoemd tot plebaan aan de Sint-Janskathedraal  te Den Bosch. Hier hield hij het ook niet lang uit en hij liep weg omdat het koor en anderen op gelijke hoogte stonden als de celebrerende priester.

Zijn wetenschap
Hij studeerde kunstgeschiedenis aan de UvA en promoveerde op een proefschrift over Jolles, een nationaalsocialistische cultuurfilosoof. Ik heb daarin uitvoerig gelezen. Gaf een lezing in de UB 1995. Bodar schrijft opvallenderwijs in gewone taal, geen larderen met wetenschappelijke terminologie.
Na het falen in Den Bosch ging Bodar naar Rome om ten tweeden male te promoveren, naar mij werd verteld. Maar daarvan heb ik nimmer iets gelezen. Dat kan best op dat Nederlandse instituut in Rome, met een archief en bibliotheek.

Media
Als menig journalist iets wil weten is Bodar snel gevonden. Deze kan overal wel iets over zeggen, echt een specialisme heeft hij niet. Zo was het ooit met de historicus prof Maarten van Rossem, geb. 1943, die altijd gevraagd werd maar ooit uit de gratie raakte.

Ik
Hoe ik dan tegen die man aankijk? Zoals vaak ik met mensen doe, jij bent homo, de ander Jood en wat niet meer. Geheel onbevangen kan ik niet meer tegen iemand aankijken laat staan opzien. Dat iemand homo of Jood is staat spontaan voorop bij mij.

Zo heb ik met spontaneïteit wat uit mijn herinnering opgeschreven zonder raadpleging van informatie op het Internet.
Zoeken of ik meer Bodariana in huis heb is geen doen, ik archiveer deze maanden, maak back-ups en schilder mijn huis ook nog.

(Geschreven 2011)





zaterdag 6 april 2019

Amstelvaart eenmaal aangelegd

Medio 80er had ik er een gewoonte van gemaakt in de zomermaanden cafe's in Amsterdam binnen te lopen alwaar ik niet eerder geweest ben. Zo ook in Amstelvaart, café slijterij, aan de Ceintuurbaan 257. Dit is vlak naast het fraaie huis met de kabouters (1880). Ik wist de naam van de valse nicht uit café Mulder die aldaar vaste bezoeker geweest is, deze woonde immers niet veraf, maar jammerde dat de zaal zo achteruit is gegaan... Onjuist, zijn gedrag te midden van anderen is zo zot zodat hij eerder de zaak uitgekeken is!

Al ras zat ik naast een kleine dikke man die zijn benen wijd gespreid had, wat een ruimte van drie barkrukken inneemt. Toen hij die twee opvouwde kon ik eerst zitten. Hij had een personeelsfeestje gehad en bekloeg zich geen Macon geschonken gekregen te hebben. Zo een chique wijn van een  werkgever? Toch ondenkbaar. Interessant was dat hij de balance of power van de Engelse politiek begreep en hij altijd de gewonnen party oversloeg teneinde deze niet te machtig te laten worden.

Meer bezoek is niet mogelijk daar de zaak ligt ver buiten mijn route.

Dan ging ik verder naar mijn vaste stek; een forse wandeling onder het avondrood.

Rolff (van der Lof)

Mevrouw Rolff, zo wij haar kenden, is geboren in 1899 en vierde haar 100e jaar in 2009 in het Menno Simons restaurant. Zij woonde echter in het woon- en zorgcentrum in Buitenveldert, a/d Kalfjeslaan. Doch dineren ging ze zowat elke dag in het restaurant Menno Simons waarvan ik haar ken. Behalve op de feestdagen. Ze had een vast tafeltje, werd gebracht en gehaald door een speciale taxi à €1.


Mevrouw Rolff en de hulpkok Abdoel


Ik kon goed met haar opschieten en heb vaak een babbel met haar gehad. Als ik met de bezem wat gruis van de vloer veegde ging ik dreigend op haar tafeltje af en trok ze haar beentjes veiligheidshalve op.

Eigenlijk heette ze Maria Fredrika van der Lof en was weduwe sedert 1984. Zij en haar man (*1898) bezaten ter Rolff Ruiterhuis, sportzaak en maatkleding, aan de Vijzelstraat 15-17 hs t/o de Munttoren. Een klassieke zaak met een vast publiek. Ooit kocht ik er een jeans maar na twee maanden bleken er twee gaatjes in de komen, wellicht van het prijskaartje in de etalage. Een soort bedrog maar niet zo erg.

Ze had wel geld, vandaar excursie elke dag. Haar financiën werden beheerd door haar zoon Frits H.J. (*1933) die helaas omstreeks 2007 overleed. Dat is de tragiek van oud worden: je ziet al je familie, vrienden en kennissen verscheiden worden. De geldzaken werden overgenomen door zoons vriend die daarom allemaal handtekeningen moest vragen voor de bankregeling.

Rolff Ruiterhuis is ooit verkocht. De nieuwe eigenaar bleek het niet meer zo goed te kunnen redden en deed zijn beklag bij haar zoon. Goedhartig betaalde deze een gedeelte van de verkoopsprijs terug! De run was er gewoon uit.

Mevrouw Rolff genoot elke dag van haar zitplaats met uitzicht op de tuin. Ze was gewoon enthousiast. Slim van haar zo een uitstapje te maken, maar met geld bereik je meer.

Altijd dronk ze een wijn bij het eten. Maar tweemaal viel ze om en werd de GGD geroepen. Voortaan dronk ze alleen nog maar een frisdrank die niet gekoeld mocht zijn. Ik verwarmde die onder mijn arm.


Mevrouw Rolff 99 jaar 7-7-2008


Zij vierde haar 99e verjaardag, waarvan twee foto's. Haar moeder Maria F. Wiggemansen moet ook honderd zijn geworden. Mevr. Rolffs honderdste is ook gevierd; ze had een prachtige coiffure. Hiervan heb ik echter geen foto.


Jos Heitmann en Natasja van Praag 2-1-2007


Gerard Das en de chef kok Leo (al 25 jaar)





























woensdag 3 april 2019

Joodse zaken in Buitenveldert

Koosjere broodjeszaak Sal Meijer zat in de Jodenbreestraat (de beste plek!), dan Nieuwmarkt en ten slotte Scheldestraat. Aldaar kwam ook de Amsterdammer Willem Holleeder een pekelvleesje halen.
De zaak werd voortgezet door het echtpaar Blog, daarna het echtpaar Koppert-Van Nieuwkerk.
Aan de Buitenveldertselaan kwam de nieuwe winkel onder deze naam.
Zovele malen ben ik er langsgelopen maar druk was het nooit. Zij die er kwamen gingen voor de deur op een klein terrasje zitten en dat is beter dan binnen. Ik kreeg het idee dat ze de voorbijgangers aankeken.
Nu is de zaak voorgoed gesloten al is het maar vanwege de dure prijzen. Op zo een locatie is de winkelhuur er ook naar, verdere smoesjes geloof ik niet.

In de Kastelenstraat, hier kan je wel eens een oude Jood met lange jas en hoed waarnemen, is nog een Joodse bakkerij met eigen oven in de nacht door een persoon. Melkbrood verkopen ze niet. Een Joods restaurant en een Joodse kruidenier Mouwes. Een snuisterijwinkel en een chocolaterie in Rooswijck. Dan houdt het mooi op.

In veel chice huizen wonen Joden.

Verder zijn er Joodse scholen, een Cultureel Centrum met een orthodoxe synagoge (nooit druk!) maar de urinoir met modern design is verdwenen.

dinsdag 2 april 2019

Valkering vliegt hoog weg

Pastor (zo de beroepsnaam tegenwoordig is) Valkering (Pierre) zag ik het eerst en het laatst op 1 -2-1998 en 29-3-1998 tijdens de heilige Eucharistieviering in De Vredeskerk te Amsterdam. In dit gebouw was ik na de St.-Franciscusschool (1956) niet meer geweest. De kruiswegstatiën waren het bezien wederom waard, geenszins de houten dwarsmuur zowat midden in de kerk teneinde de lege ruimte gevoelsmatig te verkleinen.

Het bijzondere was een opvoering van Latijnse gezangen volgens de Gregoriaanse ritus, aldaar ongehoord sedert 1970. Het idee kwam van Valkering zelf. Het koor was onder de de bezielende leiding van Wim van Gerven (+1-11-2008). Hierin zong ook (Dr.) Marcel Zijlstra die later de leiding van het koor zou overnemen.
Ik hoorde het orgel, minder volumineus dan in andere kerken. Ook het vaste zangkoor. Maar het Gregoriaans stond voorop.

Van de Nederlandstalige eucharistie heb ik maar matig verstand aangezien ik zo'n tien jaren vaste bezoeker geweest ben van De Krijtberg en in mindere mate De Papegaai. Met Irene die koordirigent was ben ik wel heel wat keren mee geweest dus ken ik de nieuwe misorde heus wel. Van de liederen echter geen steek. Maar Jos zal er ook nooit aan gewennen. Het meest vreemde vond ik de staande mannen en vrouwen in kazuifel achter de celebrerende priester, geenszins acolieten, wat betekent gelijke hoogte waar iemand als Bodar bezwaar tegen koestert. Verrassend (en ook fijn) was dat Valkering tijdens het Pax Christie velen op de zitbanken persoonlijk de hand schut.

Na afloop was er koffie en zag ik een arme drommel uit een ver land een paar kopjes nemen. Niemand stoorde zich daaraan.

Ik weet niet wat mijn gevoelens nog waren na zo lange tijd ad locum weder te keren waar je zes jaren van je jeugd vertoefd hebt. Dat was toen dwang. De bakstenen tellen doe ik niet, dat zou verveling zijn, maar ik zag ze wel. Ik had nog een fijne babbel met een vaste bezoekster uit de Linnaeusstraat.

Nu komt Valkering in het nieuws een (mannelijke) partner te hebben. Maar met een vrouwelijke was dit net zo gebeurd tenzij de acteurs zwijgen als het graf. Dat betekent ambtsontheffing na 25 jaar goed werk. Daarenboven, een zeer discrete gewijzigde opvatting ten aanzien van de dogmatiek, hoe persoonlijk ook, onder invloed en gevolg van het eind 19e eeuwse modernisme, moet je gewoon voor jezelf houden. Een baan als godsdienstleraar kan nog wel als ook daar waar cursusmatige spiritualiteit beoefend wordt. Een ex-priester wordt gelukkig niet meer als een vitandus als vroeger beschouwd en behandeld. Maar je staat wel buiten de kerk.

Het fraaist was wel sedert de opheffing van het processieverbod, ongeveer 2002, een ouderwetse roomskatholieke optocht met brass-muziek (Volendam) door de stad te voeren. Het idee kwam van Valkering zelve. Van de film weet ik dat er veel Surinaamse mensen in meeliepen. Daarna is dit niet meer vertoond, evenmin door andere RK kerken. De Stille Omgang is heel wat anders.





De Vredeskerk 50 jaar met Maria en kind


Jos Heitmann
AMSTERDAM

E-mail: JOS




zaterdag 30 maart 2019

J.E. van de Kamp - Mens durf te leven! Korte biografie


Jan Engelbertus van de Kamp is op 19 januari 1915 geboren te Kampen. Vanaf 1937 is hij woonachtig gebleven te Amsterdam. Hij huwde in 1942 Cathrina Z. Valentijn, geboren te Hoogezand in 1918. Van de Kamp is werkzaam geweest als hoofd van de reserveberekeningen bij de levensverzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1870 aan de Herengracht 124-128. Daarvan ken ik de man uit medio 60er en heb goed contact het hem gehad, zeker nadat ik gewag maakte een zestal lezingen gevolgd te hebben door de heer onderwijzer W.C. Verdoorn (1902-1981) over de Geschiedenis van de stad Amsterdam, begin 1965 gehouden in het Vossius. Straks zal blijken dat ook
Van de Kamp deze geleerde goed gekend heeft en zelf ook zeer goed op de hoogte is van Amsterdam met name over het de geschiedenis van het Cabaret te Amsterdam.





Van de Kamp was een bescheiden en verlegen man, had een driftige spraak en verhaalde graag over zijn liefde voor het cabaret. Ooit zei hij met emotionele stem de originele gitaar van Jean-Louis Pisuisse te hebben mogen vasthouden.
Zijn moeder pachtte het Melkhuis in het Vondelpark, na Kampen nog wat landelijke omgeving.
In 1960 werd Van de Kamp secretaris van de Vereniging voor Heemkennis Ons Amsterdam. Hij was dus een goede kennis van de meester der heemkenners, de heer Wouter Christiaan Verdoorn (1902-1986), van beroep onderwijzer, een man met meeslepende vertelkracht. Deze zal Van de Kamp beslist wegwijs gemaakt hebben in de historische materie van de Stad. Verdoorn was voor ons beiden al een legende bij leven en het is een genot zo iemand te mogen meemaken. Maar wie zal zeggen dat de geschiedenis van Amsterdam niet allen zal enthousiasmeren? De zaal in Vossius was boordevol!
Hij schreef stukjes over grachtengevels voor het personeelsblad.
Maar een programma van Alex de Haas deed hem de oren spitsen: hij hoorde liedjes van Koos Speenhoff en Eduard Jacobs. Nu was zijn belangstelling voor de kleinkunst gewekt!
Van een kennis kreeg hij een schellak uit 1911, teksten van Dumas en zang van Eduard Jacobs.
Zijn verzamelwoede was ontstaan.

Een buitenkans was aanwezig te zijn bij de lezing met lichtbeelden over het Cabaret, gehouden op 24 maart 1965 in Het Tolhuis. Van de Kamp heeft vaak gememoreerd mijn belangstelling erg fijn gevonden te hebben.



Tolhuis1891 Schilderij van Nicolaas van der Waay.
Tolhuis 1891 Schilderij van Nicolaas van der Waay.

Hij is zo’n 90 jaar geworden. Je kunt wel raden dat zijn uitvaart opgesierd werd met een welbekend cabaretesk lied! Wim Ibo werd 82, Sieto Hoving 91 en Alex de Haas 76.


Een verslag naar strict zijner woorden van deze bijzondere avond volgt hieronder.


Cabaret is kleinkunst – in een kleinheid veel gezegd.
Rodolphe Salis (1851-1897) in Le Chat noir, een voormalig postkantoor. Het eerste kunstzinnige cabaret in Parijs 1880.


 

Aristide Bruant (1851-1925) voegde zich in 1884 bij het cabaret, beroemd geworden door de ballade Le Chat noir! Herman Tholen (1897-1982) zong de Nederlandse vertaling: ”Achter de wolken schijnt toch altijd de zon.” In 1964 nog in Tingel Tangel.
In 1885 nam Bruant het Cabaret over en noemde het Le Mirliton (Het Blaaspijpje). De beroemde affiche van Henry de Toulouse Lautrec (1864-1901)1) De eerste avond waren er slechts drie mensen. Hij schold het publiek uit, aanvankelijk wegens gefrustreerdheid maar men vond het interessant! Zo ook naar vorstelijke personen “Adieu Kozakken” en wel de Russische grootvorsten, en hij kon het zich permitteren. Bruant heeft het tot 1895 volgehouden. Zijn stijl is ongezouten cabaret.
Eduard Jacobs (1868-1914) bezocht Aristide Bruant.


 

Brouwerij De Hooiberg ter hoogte van Port van Cleef helaas nu onduidelijk, concertzaal 1863.
In 1895 was er de Wereldtentoonstelling op het Museumplein nu. Hier is Van de Kamp niet geheel correct, de eerste Wereldtentoonstelling te Amsterdam was in 1883. Hierna een onofficieel 2eover het hotelwezen. Vele vermakelijkheden met o.a. een reusachtige De Olifant, oorspronkelijk (idee) uit de Moulin Rouge achterkant, waarin een Bierkneipe gevestigd was (zie tekening).  
 
 
 

 

Ook was er toneel op het terras. Koch uit de beruchte nachtgelegenheid aan Quellijnstraat 64 was de olifant-exploiteerder. Habbele Habo Apollo. Zijn vrouw Lena Koch zong liedjes à la Montmartre. Jacobs zong vanaf 15 augustus 1895 ook op dit adres en zijn teksten waren schuin, een imitatie van de rauwe Bruant, sociale bewogenheid, sterk scherp realistisch. Tot 1904, dan de openbaarheid in.
Koos Speenhoff (1869-1945 bom Bezuidenhout) was zijn tijd vooruit. Samen met Céserine Speenhoff. Teksten van Top Naeff (niet zo duidelijk?). De meest veelzijdige allen, veel zwier en begeleidde zichzelf met de gitaar. Doch minder poëtisch dan de latere George Brassens.
Paul Collin (1883-1968) werkte na 1920 samen met Speenhoff. Lied: Tantes Testament, de gebakken Peren.
Jean-Louis Pisuisse, zaterdagavond 26-11-1927 vermoord. Geboren 1880 te Vlissingen, gehuwd geweest met Fie Carelsen (1890-1975). Journalist bij AH. Maakte rondjes door Nederland, beheerste vreemde talen. Kleine Zaal 1914. Hij zong ook wel liedjes van Dirk Witte doch schreef er zelf 17. Sterk Franse inslag, droeg Bretons kostuum. “Mens durf te leven!”
Yvette Gilbert (1867-1944), Fie was haar Nederlandse opvolgster.
Georgette Hagedoorn (1910-1995), “De Franse Gouvernante” Van Pisuisse.
Dirk Witte werd gekend door Pisuisse. Schreef “Mens durf te leven”.
Louis Davids (1883 Zandstraat Rotterdam - 1939). "De kleine grote man." Uit kermisfamilie. Trad op met zuster Rika tòt ze trouwde. Dan zus Heintje, de revue en Flora (afgebrand). Revue “Loop naar de Duivel” met het lied “Zandvoort bij de Zee”. Davids groots succes. 1920 overgang naar de kleinkunst.
Maartje Morris (1892-1983) samenwerking.
Jac. van Tol (1897-1969) tekstschrijver, gekneed door Davids, werkte na 1945 discreterwijs door.
Abraham Tuschinski (1896-1942), 1921 theater.
Max Tak (1891-1967) als 15-jarige violist Concertgebouworkest. 1916 dirigeren zomerconcerten.
Bellevue o.l.v. Willem van Rijn. Tak is een uitgesproken kapelmeester.
Alex de Haas (1896-1973) teksten en Max Tak muziek, alleen in de zomermaanden.
1e Kleinkunstrevue 1924. Barbarossa (?) tekst en criticus tegelijkertijd. Jef van Dijk (?) teksten.
Cor Ruisch zanger.



De schutter is 't beeld
der Nederlandse natie
maar dat 'm dat verveelt 
dat merk je aan z'n facie.

Koos Speenhoff  "De Schutterij"



Mens, durf te leven(!)
Cabaret 1900-1940
Maart 1962 Eerste lezing voor de Heemkenniskring Amsterdam. 
24-3-1965 Het Tolhuis Amsterdam.
28-3-1966 Buurtvereniging "Overveen"
16-8-1966 Lezing voor Joodse Invalide met liedjes (door zijn vrouw).
1967 Eerste druk bij A. Oosthoek
Wim Ibo’s boek uitgebreider boek ter concurrentie.
1978 Herdruk speciaal toegespitst op Amsterdam, bij Stadsdrukkerij.
31-3-1979 herdruk boek met voorwoord van W. Polak, burgemeester van Amsterdam.
6-8-2020 Foto terras Tolhuis 1891

Mengelberg geen info.

1)       Die van de Chat noir had een scholier van de eindexamenklas aan de muur geplakt.  De (overigens strenge) directeur van het St.-Ignatiuscollege pater Dr. Christiaan Jansen S.J. grapte meermaals dat je in haar staart kon bijten maar hij liet de prent zo.


Jos Heitmann
AMSTERDAM
tel +31206443351

email: JOS










4-1-2020 Verdoorn gegevens toegevoegd
28-4-2020 Affiche Aristide Bruan, foto cabaret Parijs