maandag 25 februari 2019

Een groot concern met carrière voor twintig jaren

Het Nederlandse concern, de naam wil ik niet noemen, die bestaat niet eens meer maar ik wil ex-collegae niet voor het hoofd stoten, met buitenlandse roots had een formidabele programmeerafdeling; de mainframe was (nog) gewoonte waarop de vele programma's moesten draaien met de handgeschreven input via de ponstypistes. Ik had een aanstelling als adjunct-afdelingschef en kreeg een aparte kamer.

De eerste maanden waren met praten onder de programmeurs. Het zijn meestal jonge mensen die geen gevoel hebben voor omgangsvormen, eenzijdig bèta geschoold maar verder niets.
De eerste jaren hield ik mij op de achtergrond behalve bij de zakelijke aangelegenheden. Dan gaf mijn stem de doorslag.

Na vijf jaren kreeg ik promotie tot adjunct-staf. Mijn salaris was er ook naar. Tien jaren ben ik in deze functie geweest totdat de bureauterminals in opmars kwamen. De structuur van de automatiseringsafdeling werd omgegooid. De directie kon programmatuur uitbesteden aan een apart softwareontwikkelingsbedrijf. Het personeel werd ingekrompen.

Na twintig jaar was het eind in zicht ondanks een vaste kern automatiseringsdeskundigen maar had je beter eerder weg kunnen gaan. Maar mijn salaris kon ik niet missen. Er kwam een freche Jodin die met haar krasstem begon te chicaneren. Dat wacht ze op een reactie om lekker stampij te gaan maken. En met succes, ik ging liever weg. Overigens had ik haar mooi kunnen pakken toen ik ontdekte dat ze familie was van een der secretarissen des Joodschen Raads in Amsterdam. Daar kan zij overigens niets aan doen maar toch...

Het was mijn laatste dienstbetrekking geweest. Gelukkig heb ik er pensioen aan overgehouden.

Afvloeiingsregeling was er niet meer bij, ik was afhankelijk geworden van de sociale wetten.

Als vrijwilliger heb ik nog wel plezier beleefd maar dat was bediening in een restaurant van een bejaardenhuis.

En dan te bedenken dat al die geweldige bedrijfskennis nu verouderd is...


e-mail:






zondag 10 februari 2019

Methylalcohol

Enkele malen 's jaars hoor je van een collectieve alcoholvergiftiging vanwege clandestiene stook. Het kan zijn op een bruiloft of een uitvaart. Met name afgelegen gebieden in India.

De reden is dat het destillaat 20% methylalcohol bevat welk lichtste molecuul bovenaan komt, daaronder zit het tweede molecuul van de (later te verdunnen) drinkbare alcohol. Maar de arme stakkerds hebben natuurlijk geen scheikundeles genoten!
Zelfs clandestiene stokers in Holland weten dat je de kop moet weggooien; zelf eens horen zeggen in een interview. Het is een lucratieve bezigheid want de caféhouder die er de lege flessen mee vult heeft een goede bijverdienste.

De methyl of wel keton geheten gebruikte ik om grammofoonplaten mee te reinigen. De apotheek heeft het niet meer in de kast.

Voor de veiligheid is spiritus gedenaturaliseerd.

donderdag 7 februari 2019

Café Hesp aan de Weesperzijde

Aanvankelijk Wijn- en Cognachandel De Posthoorn geheten. gevestigd a/d Weesperzijde 130, 131 en 13 te Amsterdam. Ook werd limonade verkocht.
Hesp logo

De oudste bezitter is Mattheus (*1891) die 32 jaar de zaak heeft bestierd. Hij was gehuwd met Appelboom. Ik heb de man nooit gezien. Wel de oudste drie broers. Het gezin van Mattheus bestond uit acht kinderen in het tijdvak 1916-1933.
Maar de zaak is ook café zij het dat de drankenwinkel ogenschijnlijk apart is, doch kan je zo doorlopen.

In de avond (alleen dan) was de bijzonderheid dat een der drie broers gezeten was aan de toog in de hoek. Hij praatte soms met de klanten. Ik heb ze allen gezien: Cornelis (*1916 , +1992), Mattheus (*1920) en Johannes (*1922). Allen leken ontspannen maar discreet volgden ze de kassa. Allen spraken keurig Nederlands.
De oudste zoon die ook als zodanig werd aangezien was vanaf 1943 te werk gesteld in Duitsland. Nadien bezat hij zelf tot 1973 een Wijn- en Cognac-handel aan de Weteringschans.

De mores was luidruchtig, de achterruimte, nogal kaal, zorgde voor weergalm. Er werd niet tegenop getreden zoals in (mijn) andere stamkroegen.
Jaren is het café als borrelplek benut van de journalisten aan de Wibautstraat.

Ik kwam daar wel van medio 60er tot 1972, nadien zeldenerwijs. Een familielid gaf mij de tip maar wie ben ik vergeten. De bromfiets was een gemakkelijk vervoermiddel maar zonder is de reistijd wel een bezwaar.

Kennissen had ik daar niet. Ik ontmoette 8-2-1978 wel mijn neef Max Gras met zijn vrouw Tineke die niet veraf woonachtig waren. Ook bezocht ik in 1971 met Diet Verhaar de zaak en liepen wij beiden geroerd hand in hand weg, vergeten te betalen. De kelner achter ons aan! Ik sprak eens een man die een boekje open deed over de onderwereld. Als het waar is zou hij toch niet onthullen? Een jongeman wilde de VW laten zien waar een bepaalde schroef zat; ik vond de autofanaat maar een raar verhaal opdissen.

Op zaterdagavond 16 april 1983 stond ik met mijn zwager voor de deur. De gevellantaarn was gedoofd. Ik wist dat de zaak gesloten is op zondagavond maar nu dit?
Veertien dagen later kreeg ik van Johannes als antwoord:


Antwoord Directie HESP 3-5-1983



De Hesp-handel werd eens verkocht. De jonge echtgenote was merkwaardigerwijs werkzaam op een kantoor met een opvallende praterij. We weten nu waar ze dit geleerd heeft!


 Aanv. Antw.brf 7-2-2019
 

e-mail: 






dinsdag 5 februari 2019

Café Van Klaveren en De Ster

Van Klaveren was een alom overbekende naam op een alom bekend punt van Amsterdam: de Martelaarsgracht 20-22. Herman (1881-1955) bezat dit café van 1917 tot 1957, dus mooi veertig jaren! Zijn naam stond ook op de ruiten, ook nog toen Matthijs Bakker (*1904) de zaak overnam; geleidelijk werd de naam De Ster genoemd, soms confidentieel Het Sterretje. Deze heb ik goed gekend tijdens mijn geregelde bezoeken van 1964 tot wat na 1970.
Een bruin café met bar in het midden. Smalle toiletruimte. Eens werd de muur aan de achterkant een meter diep uitgebroken zodat hier tosti' s en snacks konden worden bereid.
Aan de toog heb ik zelden plaatsgenomen, ik had zowat mijn vaste plek rechtsachter en bracht  leesspullen mee. Met de staande heren had ik nauwelijks bemoeienis doch herinner ik mij nog de luidruchtige vrijgezel Blom die op het NS-spoorwegemplacement werkzaam was, met naar zijn zeggen nog nooit een fout te hebben gemaakt.
Matthijs bleef tot 1970 waarna De Waal senior en later junior de zaak bestierden, doch die heb ik niet gekend. Misschien wel eens op mijn kroegentocht maar dan lette ik niet op de crew.
Veelal heren, soms met aanhang. Een vrouw alleen mocht net als toentertijd in Café Mulder niet in de zaak komen.

Het personeel was altijd beleefd en tapte een voortreffelijke pint. Daar ging het mij om, slechts eenmaal vulde de kelner, als enige in een grijs stofjasje, een half uitgedronken glas achter zijn camouflerende hand, op met vers bier, tja, dat is een klein winstje dan maar voor de zaak.
Mijn bromfiets parkeerde ik op de hoek van het gebouw op de splitsing Nieuwezijds en Spuistraat. Aldaar stond wel een jonge vrouw die met haar rok wapperde.
Eind zestiger nestelde zich een paardenwedstrijdgokker met telefoon, hij kreeg zelfs een aparte contactdoos. Gezellig publiek is dit nooit geweest. mensen liepen niet zo vlug naar de rechterhoek maar ik kon er best lezen.
Niet echt veel contact had ik met de gezaghebbende meneer Bakker, zo hij genoemd werd, maar hij kende mij heus wel. Een spijtige herinnering is een pils dat vol met witte vlekjes zat. De leiding was verwaarloosd, bepaald een blunder. Toen ik er wat van zei antwoordde hij dat het pils er niet minder om smaakt. Ik bleef na enige aarzeling weg en hield Mulder en Koekenbier als vaste stekken.

Ik was voor 1966 ook eens met mijn moeder, met mij mocht ze er wel in. We werden getracteerd zodat ik een pils teveel heb gedronken en de hik kreeg.
Ik denk dat weduwe Bakker de zaak twee jaren zelf heeft gerund.
De familie Roelofsen is mij verder niet bekend geweest.
Omstreeks 1972 kwamen de twee Walen aan de macht en heette het Café De Waal - De Ster. Tot onlangs dat de zaak in handen van de familie Weerkamp komt. Deze woonde in vroeger tijd ook boven maar nu niet meer. Piet de Waal jr. (1946-2017) zal bij velen nog bekend blijven.


Jos Heitmann
AMSTERDAM

e-mail:
















dinsdag 29 januari 2019

Eli Asser en de humor

Eli Asser was een grondig humorist en je blijft lachen. Toch spreek ik liever van geestigheid. Van enig literair gehalte is geen sprake, alleen het komisch korte termijneffect, allicht dat een tekst maar eenmaal kan worden voorgedragen of gespeeld.
Omstreeks 1960 zag ik op de z/w Tv bij mijn tante een drama. De titel was al komisch: zoiets als Een gezellig Moordgevalletje. Veel gepraat en veel gelach, soms moest je wel, tante en ik. Dat betekent wel een tijd spenderen aan nonsens; ik ben niettemin boekenlezer gebleven.

Asser achtte zich zelf hoog, in een interview in VN stelde hij best ƒ40,000 te mogen verdienen. Daar had je in die tijd al een huis voor!

In andere drama-teksten verrichte Asser iets unieks, hij liet de acteur vragen: "Van wie is die tekst?" Het antwoord steevast luidde: "Van Eli Asser!"

Zou 'n psycho-analyticus niet een diepere ondergrond vermoeden? Asser zat midden in de wereld van de Jodenvervolging en werkte bij de Joodse Raad te Amsterdam. Misschien is humor noodzakelijkerwijs zijn overlevingsstrategie geweest. En met succes, hij is 96 geworden.

Net las ik nog over de Duitser David Lewin (*1926) die altijd met het verleden beschäftigt is. Met veel geluk heeft hij die tijd overleefd. Hij mocht op 27-1-2011 met de voormalig president van Duitsland Christian Wulff mee naar Polen. Bij deze geen humor meer. Doch Max Tailleur zei: "Ik lach om niet te huilen." Hier zie je dat het brengen van humor best een achtergrond heeft.

vrijdag 25 januari 2019

Pensioenrisico (Centraal Beheer) zomer 1966 - eind 1968 te Amsterdam


Het gebouw
Het bedrijf voor collectieve verzekeringen was sedert de oprichting gevestigd in het GAK-gebouw aan het Bos en Lommerplein, tweede of derde verdieping noordzijde. Men keek uit op de A10 en de Kolenkitkerk, aan de andere zijde op de Hoofdweg. De plaatsindeling was in door stalen kasten afgescheiden units voor het lagere personeel en kamers met stalen muren voor de hogere functionarissen.
Ik kwam daar werken ten tijde van de z.g. Zesdaagse of Juni-oorlog.
Aan de westzijde waren kamers voor de directeur, Mr. Willemsen, de juridische afdeling, medische afdeling, actuarieel gevormden o.a. met een gefrustreerde Lansink en de bedrijfschef, een oudere man die eens neen heeft durven zeggen tegen een bedrijf dat teveel eisen stelde. Dan kwam een raadselachtige speciale functionaris (Obdam) met alleen een schuin geplaatst bureau in een open ruimte. Vervolgens tot aan het eind de dubbele units voor de rekengroepen van 8 à 10 personen, vrijwel alllen mannelijk met een chef.
Aan de oostzijde een grote afdeling van rekencontroleurs met als chef de heer Spijker. Deze genoot hoog aanzien. Er werkte maar een vrouw tussen de heren. Tegenover haar een ronde hartelijke en ongehuwde man met elke dag een door hemzelf gestreken fris wit overhemd. Hij was een geboren routinier. Een hoek was gereserveerd door de reserveberekeningen o.l.v. een competente kleine dikke vrouw die een mannelijke indruk maakte. Ten slotte een grote afdeling van diverse administratie, wellicht financiële.
In de kelder was archief, ook dat van het GAK alwaar schoolgenoot Huub Mous zowat tegelijkertijd een vacantiebaantje had.


Vervoer
Ik ging per bromfiets. Eens was ik met overwerk na achten en mocht de fietsenstalling niet meer in. Ik had de portier moeten ombrengen doch kon niet meer de draaideur uit.

Het personeel
Alle personeel was laag geschoold, denk aan MULO of ULO, ik herinner me dat een jongeman voorzichtigerwijs werd voorgesteld als zijnde afgestudeerd H.B.S.-er. Of ze dat ook met mij gedaan hebben weet ik niet. Een jongevrouw met een tijdelijke baan had Gym; zij heeft mij eens op een pils getrakteerd. In elk geval verklap ik vooreerst wel onder mijn niveau gewerkt te hebben, wat de omgang met mensen wel stroef deed zijn. Vaak trieste mensen met een geleerd lesje. Immers een Gleichklang is er niet, wel oeverloos gepraat. Er was moeilijk aan nieuwe krachten te komen, waarover later meer.
Ik zat in de unit van de heer Muller, een Indischman gehuwd met een blanke vrouw. Hij bezat een kind van een jaar. Ik kan zeggen dat hij beslist intelligentie bezat maar verder ongevormd. Zogenaamd nam hij werk mee naar huis om een goede indruk achter te laten. Hij sprak voortreffelijk Nederlands en kon welluidende volzinteksten schrijven. Veelal de blik mijdend. Ik kon behoorlijk met hem opschieten zonder al te confidentieel te worden.
Ingewijd werd ik door de Amstelvener Visser, een krampachtig nerveus mens. Ik herinner mij een ijverige en heel verlegen man Ramaker schuin tegenover mij die nooit opviel. Wist veel van belastingen. Tegenover mij een altoos zwijgende Indiër Van Zalingen die best Majageurige homo geweest had kunnen zijn (vandaar). Eenmaal liet deze zijn tekeningen zien van Donald Duck, Kwik, Kwek & Kwak. Wij allen gevoelden ons gegêneerd voor zulke infantiliteit.
Achter mij een ambitieuze jongeman Dannenburg die een blondine uit het bedrijf huwde. Aldaar een Surinamer Bruining van Joods-Hindoestaanse afkomst die mij hinderde met sexueel getinte praatjes. Hij werd daarvoor eens terechtgewezen. Als ook een jongeman die mij altijd Heit noemde en achttien maanden in militaire dienst moest.
Met andere units hadden wij niet veel contact. Wel een gymnasiast die altijd zweeg over zijn opleiding. Absoluut krankzinnig was een oudere man die een pensioenregeling uitvoerde die zo ingewikkeld was, denk aan vaste premie per werknemer zodat de verzekerde pensioenen steeds moesten worden herberekend, met een hulpje. De man achtte zich onmisbaar maar liep al tegen zijn pensioendatum (wie dan?). Hij vroeg mij eens naar de tijd, ik antwoordde gewoon tien voor tien, en dat was waarop hij gewacht had want deze woorden waren beladen. Niet zo erg doch wel een geintje. Misschien was hij wel Joods maar dan mesjogge.
Een slome jongeman verderop berekende alles foutief: we moesten alle cijfers corrigeren, een waarlijk knoeiboel. Al te gek dat hij nog liefst twee maanden in dienst is gebleven en ik kreeg de indruk dat hij gewoon weg wilde om verder van steun te leven.


De apparatuur
Was veelal de luidruchtige Facit draaimolentjes, sommigen van de controle-afdeling hadden elektrische comptometers. Omstreeks 1968 werd op initiatief van de slimme Muller een Olivetti-tafelcomputer 101’, bouwjaar 1965 geplaatst waar je met eenvoudig programmeren een algoritme kon invoeren. Dit geschiedde met ponsband. Geen harde schijf, het programma moest steeds worden ingelezen. Deze apparaten bevinden zich nu in het industrieel archief van de UvA of het designarchief van het SM.




Olivetti 101', (1965), design Mario Bellini
Facit



De leidinggevenden
Alle chefs waren ouder dan veertig, het personeel was veelal 20-35. Het verloop was groot en zoals gezegd, nieuwe mensen waren niet voorradig, immers de welvaartstijd brak aan en zocht men de betere baantjes op. Een ouder personeelslid wist niet meer dan een jong. Veel zelfstandigheid bezaten dezen niet, allen handelden in dezelfde materie. Er kloeg eens, een juist wederom een betere middelbare scholier, dat de chefs in wezen slaafs waren. Wat hadden ze dan te vrezen? Een salaris na je 40e was vrij van CAO-knellingen en zal een aardig sommetje zijn geweest dat men niet graag in het bezit zijnde van een koophuis (heus niet meer dan ƒ40 mille) wilde kwijtraken.


Aquisiteur
Van de Bijl - chef


Inspecteur
Hoofd Naef.
Zijlstra, Lauwers, Dijk, Hamelink, Hout, Spijkerman, Van Groeningen, Bouwman.
Adjunct
Kars, Well.
Zelfstandig
Vallen, Hoogendam, Thomas.


De berekeningen
Zoals gezegd collectieve verzekeringen, met door de regering geregelde belasting-faciliteit een stap vooruit te zetten in de sociale welvaart van de werknemers. Toch waren de verzekerde pensioenen niet altijd gebaseerd op het salaris, laat staan laatste salaris, of het gemiddelde van 60-65 salaris, maar dat is nog altijd meer dan niets. Vaak gewoon een jaarbedrag van duizend gulden… Waardevastheid was een hoge uitzondering, welvaartsvastheid kon alleen het BP. Pensioenberekeningen per bedrijf, elke unit had er een aantal. Van elke verzekerde werd een handgeschreven stamkaart gemaakt met een uniek nummer waarvan de eerste drie cijfers cryptisch de naam bevatte. Deze tabel bezit ik nog. Van de pensioenregeling bestond een uiterst nauwkeurig document dat niet altijd in onze handen mocht komen anders dan een afschrift. Dit bevorderde de snelheid want elke keer een juridische tekst doorlezen is niet te doen.
Jaarlijks werk waren de z.g. back-service berekeningen van de fictieve koopsom voor het pensioengedeelte dat gebaseerd was op de diensttijd van indiensttreding tot de ingang van de bedrijfspensioenregeling. Het bedrijf mocht in tien jaar eentiende van deze koopsom van de winst in mindering brengen. De bedoeling was de aanmaak van collectieve pensioenregelingen in den lande te bevorderen. Wij zaten nog in de begintijd! Eindeloos waren de vellen met namen van de werknemers, altijd dezelfde eindeloze getallenbrei.
Maar ook offertes werden gemaakt volgens de afspraken gemaakt met een werkgever. Deze regelingen waren overal verschillend, afhankelijk van de goedheid van ‘n directie voor haar personeel. Het was een nieuwe materie met veelbelovende toekomst!
Fractieverzekeringen met delen in de winst van het bedrijf waren een landelijke ophef, de uitwerking was uiterst schaars. Pensioenrisico stelde wijselijk voor slechts een gedeelte van een pensioenrecht te fractioneren.
Helaas begrijp ik van mijn actuariële aantekeningen niets meer. Doch verbaas ik me over de diversiteit van cijfermatige onderwerpen. Wat je al niet geleerd hebt!


Collationeren
Apart in een kamertje. Eens met een Surinamer die steeds in dezelfde zakdoek zijn neus snoot. Ik zei daar was van waarop de man verbolgen was. Later zal ik het verrichten van deze stupide werkzaamheid weigeren.


Turken
Alhoewel wettelijk afkoop van pensioen niet mogelijk is - men wilde immers de maatschappij opkrikken - was er een uitzondering bij emigratie. Dit was voor dezen signaal hun familiebezoek te beschouwen als emigratie zodat hun toch al schaars pensioenrecht mocht worden afgekocht, Vrijwel elke dag zaten Turken in de wachtkamer, de berekening werd met spoed uitgevoerd en de betaling geschiedde contant. Zo hadden ze een mooi vacantiecentje. Wij hebben altijd gedacht dat ondersteunende organisaties deze Turken foutief hebben ingelicht uit geldzucht maar hun pensioen was dan ook weg.


Overwerk
De achterstand werd berekend op drie maanden. Directeur Willemsen gebood het gehele (lagere) personeel gedurende eenzelfde tijd elke dag een half uur vroeger te beginnen. Niemand protesteerde, het zal wel geregeld zijn, dacht men. De arrogante reservevrouw hield er eigenzinnig al na een paar weken mee op, “Alles is klaar”, liet zij weten. Haar veto werd kennelijk geaccepteerd.
Ook werd ik door de glimlachende Lansink verzocht een spoedklus af te werken op een zaterdag. Tussen de middag begaven wij ons met twee auto’s naar een restaurant aan de kop van de Admiraal de Ruyterweg alwaar wij genoten van een Brabantse koffietafel. Beslist een unieke gebeurtenis!


Feest
Slimmeriken hadden een datum gevonden, wellicht zoveel jarig bestaan, welk is mij niet meer bekend. Ze lieten een secretaresse een bouquet afleveren bij de directie van Centraal Beheer. En wat verwacht werd gebeurde: er werd een feest aangekondigd in de RAI. Ik ging er heen met mijn zusje. De directie deelde bij de ingang rijkelijk consumptiebonnen uit. Het was verrassend te zien hoe de partner van menig bekende er uit zag! Ik herinner me een goochelaar met rolschoenen. Het eten was overvloedig, na de zuurkool een kaas- of vleesschotel.


Foto
Ter gelegenheid van een zeker ambtsjubileum van bovengenoemde bedrijfschef werd een foto gemaakt van alle personeelsgroepen. Ik weigerde op de foto te komen aangezien ik de man maar commandeermanie vond hebben en daaraan heb ik een altijddurende afschuw.


Bedrijfsfaillissementen
In het Oosten des Lands ging de ene na de andere textielfabriek ten gronde. Hun bedrijfspensioenfonds zou dan in de val worden meegesleurd. De pers sprak er schande van. Pensioenrisico maakte met de haar gevoerde actuariële grondslag een overnemingsberekening waarna er zelfs geld over bleek te zijn! Vervolgens schreef de pers dat het niet eens zo erg geweest is, maar dat is niet waar: kleine fondsen zijn gewoon wegens de kosten relatief duurder.


Griepprik
Een bedrijfsarts prikte allen met dezelfde naald, van besmetting had men geen weet niet eerder dan na medio zeventiger.


Apeldoorn
Intern werd veel bericht over de voorgenomen verhuizing naar Apeldoorn en ieder moest gegevens in een Verplaatsingsbesluit verstrekken. Ook geloof. Met zoveel woorden werd verklaard dat daar een overschot is aan laag geschoold personeel. Ik werd inwendig woedend want waar zien ze jezelf dan voor aan? Er werd een dag georganiseerd met een twintigtal bussen een dagje Apeldoorn te maken. De pers was ingelicht en later op de Tv werd juist de grootste trut in beeld gebracht. Zij blij dan maar. Of er nog een diner was ben ik vergeten. Maar wat een beeld: het Bos en Lommerplein vol grote wagens!
Ik ben met de verhuizing niet meegegaan alhoewel een vrijgezellenflat mij best aantrekkelijk leek. Maar het betekent dat je je ziel verkoopt aan een bedrijf en je niet meer terug kunt. Ik blijf liever in Amsterdam alwaar ik geboren en getogen ben. Doch in later jaren heb ik vele malen horen spreken over de revolutionaire open indeling van het gebouw zonder stalen muren meer maar lucht. Ik heb nog knipsels tot een laatste bericht alwaar toch wel geklaagd werd dat het altijd rumoerig is. De directie ging als eerste weer apart.


Incident
Een sarrige man met heerschappij verderop. Je moest maar willen. Eens had ik er genoeg van en gaf hem een danige opflikker, een dienblad met servies aan gruzelementen. Na wat korte informatie gingen wij verder en nooit werd er meer over gesproken, niemand zei wat. Voornoemde sarder was immers nergens geliefd. Toen ik eind 1969 het bedrijf verliet liet de Indische Van Zalingen eindelijk eens van zich horen en zei dat ik toch niets meer had kunnen bereiken, ja hij verbaasde zich zelfs dat ik niet eerder ben weggegaan! Even lachen zeg!
Ik heb van mijn afscheid nooit spijt gehad, een leven lang cijferen tussen kantoorslaven is nimmer optie voor mij geweest. Doordat ik vóór mijn 26e uit het pensioenfonds trad verloor ik ook alle pensioenrechten. Het zou mij werkelijk een rotzorg wezen. Maar mijn tijd zou nog komen…

 



1-4-2019 Corr Obdam, namen inspecteurs., 21-3-2019 GAK-gebouw 60er.

Jos Heitmann
AMSTERDAM

Email: Jos



vrijdag 16 november 2018

Ulfkotte de profundis gelijk

Media en journalisten moeten positief schrijven over immigranten:





Dat zou staan in het nieuwe Marrakesh immigratiepact.

En dat is precies wat Udo Ulfkotte aan de kaak heeft gesteld!

maandag 29 oktober 2018

Hans Reeser d'École Nationale des Chartes

De geleerde Hans Reeser ontmoette ik in de 80er en wel op 27 november 1982 in Tram 5 richting Koningsplein. Ik zat naast hem en zag hem aandachtig turen in de brochure van een Israëlisch antiquariaat. Ik groette de man en vroeg hem, enigszins brutalerwijs weliswaar, of hij al een keuze gemaakt heeft? Hij antwoordde mij in rap taalgebruik. Van het een komt het ander, hij stelde zich voor als oud-student van de École Nationale des Chartes te Parijs en dit zal hij ook altijd rap pratend blijven doen, zijn presentatie geleek op dat van een adellijke titel.
Niet ten onrechte, het is een ware prestatie die hem levenslang plezier heeft gegeven. Ten slotte vroeg ik, iets meer brutalerwijs, of hij al een idee heeft ontwikkeld waarheen zijn zeldzame en kostbare werken te legateren? Hij gaf daarop ten antwoord heus al doelen bepaald te hebben, hetgeen hieronder moge blijken.

Sedertdien hebben Hans Reeser en ik na deze een aardige kennismaking nog vele jaren babbelcontact gehouden.


Afkomst
Geboren op 9 februari 1916 te Amsterdam. Jaren heb ik gedacht maar niet uitgesproken of Hans Reeser Joods is? De familienaam (Van Rees) was de associatie die overigens voorkomt in Joods Monument doch Reeser geenszins.
Zijn vader was directeur van het Abattoir, zijn tante droeg de naam Caquelin, wat misschien zijn voorkeur voor Frans bepaald heeft, doch dit is speculatie. Frans leerde Hans Reeser natuurlijk op het Gym.
Hans Reeser was niet gehuwd.

Overlijdensdatum 2 september 1993.

UB
Alwaar Hans Reeser vele functiestadia heeft doorlopen, tot hoofd van de Systematische Catalogus (bestaand uit fiches) waarvan deze de UB-medewerker Pieter R. Boone (*1936) van het Inlichtingenbureau zowat in het geheel uitwendig kende.
Gezondheidsreden, hoe vaak heeft hij niet met bedrukte stem gezegd de nodige operaties te hebben moeten ondergaan?
Na de invoering eind 90er van de digitalsering geraakte de SC in onbruik en werd deze op een zijgang geplaatst. Erg spijtig, ook ik wist hierin al goed de weg en voor mijn boek over de Duitse romancier Friedrich Griese heb ik hieruit heel wat informatie gepeurd!

Zijn pensionering is in 1979 doch behield een werkruimte in de UB.

Bilderdijk
Hans Reeser gaf mij de tip voor een jaarvergadering van het Bilderdijkgenootschap/-museum  op 14 december 1985 in de VU. Eenmaal daar groetten wij elkaar wel maar gesproken niet. Een langdurige lezing over zekere contacten van Bilderdijk met Geel. In de pauze konden we het museum bekijken maar er was wel weinig tijd hiervoor.
Alhoewel ik zelf niet in Willem Bilderdijk heb gelezen ken ik de schrijver goed van prof. Jan Romeins boeiende beschrijving in zijn Lage Landen bij de Zee.
Ik ben Hans Reeser nog ontzettend dankbaar in dit gezelschap vertoefd te mogen hebben!

Bosboom-Toussaint
Door toeval geraakte Hans Reeser gewikkeld in een langjarige studie in het leven en werk van A.L. Geertruida (1812-1886).  Er zijn talloze publicaties van zijn hand. Mijn UB-vriend en ik hebben ons wel afgevraagd wie in dergelijke 19e eeuwse schrijvers nog trek heeft. Op school hadden wij wel Nicolaas Beets, Multatuli en Frederik van Eden. Nu is deze vruchtbare eeuw met (nog) veelal protestantse schrijvers voorgoed passé.

De grote Potgieter had bederfelijke invloed op haar.

Hans Christiaan Andersen
Deze reisde door Holland en bezocht Bosboom-Toussaint. Over Andersen schreef Reeser ook waarvoor hij zich in de Deense taal verdiept heeft. Hij zei mij met stemverheffing dat het idioom van het Deens ontzettend moeilijk is. Het lijkt wel of Hans Reeser onvermoeibaar geweest is.

Op een vergadering van de voormalige Vrienden van de UB werd een avond gewijd aan deze schrijver. Na diverse sprekers mocht Hans Reeser aan het woord komen. Doch owee, de geluidsinstallatie viel uit en kwam niet meer op gang. Dan moet zonder versterking gesproken worden en moesten wij allen onze oorvliezen spannen.

Later zei ik tegen Hans Reeser hier wat van. Hij antwoordde: "Ik heb altijd pech!"

19e Eeuw
Het einde van de 19e eeuw herdachten wij op 15 september 2000 op een mini-congres in de UB, de  grote nationale bijeenkomst in de Aula heb ik niet bezocht. Wij kregen een gratis exemplaar van het tijdschrift De Negentiende Eeuw J24 N 3-4 december 2000. Na honderd jaar komt er echt een eind (en worden deze boeken ook niet meer uitgeleend) alhoewel vaklieden het fictieve slot stellen op 1918. Maar dan is dit nu ook bereikt!

Eredoctoraat
Aangekondigd op 25 oktober 1985 werd op de Dies 8 januari 1986 Hans Reeser door de UvA hoogleraar prof Marita Mathijsen een eredoctoraat toegekend wegens zijn unieke werkstukken over Bosboom-Toussaint welke standaardliteratuur vormen voor studenten. Tevens in het 100e sterfjaar van de schrijfster.

Antoine Bodart
Reeser was behulpzaam bij de studie van Bodart voor zijn dissertatie over De Schoonheidsleer van André Jolles, 2-10-1987 UvA. Voor de Vereniging Vrienden hield Bodart een lezing op 25-4-1995.

Multatuli
Er was in 1986 publiciteit door de initiator voor een Multatuli-standbeeld G.A. van Oorschot. Niet alleen diens bewondering voor maar ook uitgever van Multatuli's werk. Daarover sprak ik Hans Reeser, ik weet nog 28 november op het Leidseplein, waar hij zich nijdig afzette tegen Douwes Dekkers bluf en falen in ambtelijke promotie en die daarom zijn gal spuwde op de koloniale constellatie alsmede koning Willem III. Nu is Multatuli naar voren geschoven vanwege zijn profetische kwaliteit. Maar hij bedoelde door links geaarde groeperingen. Hans Reeser besloot te zeggen dat Multatuli wel kon schrijven, onmiddellijk toevoegend dat er zoveel andere goede schrijvers zijn, met name Busken Huet!

Dat ik een donatie verricht heb zei ik mooi niet. Ik kreeg van Van Oorschot een schriftelijke bevestiging en in 1987 zelfs een uitnodiging voor 16 mei 1987 wegens de nationale Multatuli-bijeenkomst in de Nieuwe Kerk alsmede opening van het monument op de Torensluis.

Multatuli Museum
Ook in de Korsjespoortsteeg was ik een keer. De beheerder zei mij dat de Garmond-editie (1900) die ik bezit veel fouten bevat. Maar een nieuw verzameld werk is me wel teveel. Dat heb ik met H.P.G. Quak ook niet gedaan als je op de UB net zo goed kan studeren. Verbitterderwijs verklaarde de beheerder dat de opening van het monument is geschied door koningin Beatrix. "Maar een arbeider was er niet bij", laat staan, voeg ik zelf daaraan toe, een Javaan!

 


"Het klinkt misschien vreemd maar ik heb de negentiende eeuw nog gekend"  

De interviewer begeeft zich naar de Van Nijenrodeweg te Buitenveldert voor het opnemen van een interview vóór 8 januari 1986, de dag van het eredoctoraat voor Hans Reeser.

De ontvangst is keurig, we wanen ons in de 19e eeuw, met een roltafeltje waarop een ouderwets porseleinen koffieservies, zilveren lepeltjes en mokkakoekjes.

Meer dan zijn literaire geliefde Truitje wordt gefilosofeerd over de zalige 19e eeuw waarin Hans nog steeds zwerftochten houdt als is het maar in zijn knusse etage vol bric-à-brac. Hans acht de 19e geheerst te hebben tot 1929 maar kan evengoed tot na de oorlog. Hij is intens omgegaan met zijn twee grootmoeders geboren om 1850. De dorpen in hun kern, rijtuigen alom. Jacques Maritain schrijft dat je nog in alle rust een pijpje kon roken op de bank voor de herberg.

Maar is de 19e dan de beste? Hans ontkent een laudator temporis acti te zijn, desalniettemin voelt hij zich in deze tijden volkomen misplaatst. Met de ouderdom leef je temeer in het verleden als een basis. Goed, er waren ook nadelen als vaste banen, uniformiteit doch spontaneïteit mag er ook wezen. Geen Heimwee dus, noch mooipraten. Maar er was wel rust voor ontplooiing zij het zonder de comfort  van nu.

Denk eens in…, een spetterende kaars aan te steken…

BRON: Folia 19 10-1-1986 p 7-8


Gezondheid
Kloeg Hans Reeser allang over vele operaties, hij werd fragiel en had altijd last van fysieke ongemakken tegen het eind van zijn leven. Hij droeg na oogoperatie ook nog een speciale bril.
Maar psychisch doemt op het droeve inzicht dat deze welgemanierde en erudiete man niet meer bij deze tijd past. Het (zijn) gedrukte tijdperk liep op zijn eind. Toen moest men nog fysiek het sociale netwerk onderhouden. Eigenlijk was de tijd toen veel interessanter: mensen van vlees en bloed voor je!
De SC is symbolisch ten grave gedragen. Goed eigenlijk dat Hans Reeser dit niet meer hoefde mee te maken.

Rijksprentenkabinet
Het is de voormalige afdeling van het Rijksmuseum die ik altijd het eerst bezocht met groot plezier. Tekeningen die je anders nooit ziet. Verlichte vitrines. Fotograferen verboden. Ik vermeld mijn verbazing op 25 november 1996 in de vitrine te hebben zien liggen een schetsboekje van Johannes Bosboom (1817-1891, huwelijk 1851) uit de nalatenschap van Dr. Hans Reeser door niemand minder dan C(arolina) M(argaretha) Reeser (*1910). Met de erfenis is het dus naar alle wens verlopen.


Jos Heitmann
AMSTERDAM

E-mail:


Enige bronnen:
dbnl bibliografie
dbnl biografie
dbnl 100e sterfdag
Kappa t.g.v. eredoctoraat

Zie ook:

Knottnerus en de boeken

Samenvatting FOLIA toegevoegd op 21-11-2020. 
Aanvulling Bodart 5-7-2021