Distelbrink
Ze waren rustige buren en hadden kalme kinderen. Marjon deed
aan knikkeren (eenmaal met mij) en Hans kon een balletje zo hoog gooien dat het
in de dakgoot bleef liggen. Ik vroeg Hans eens wie Samson is? Hij antwoordde:
“Een Bijbels figuur.” Ons werd de
Bijbel met de paplepel ingestopt, hem niet en is zijn antwoord derhalve
voortreffelijkerwijs keurig.
De woning 14 huis aan de Willem Passtoorsstraat te Amsterdam had als achterplaats een vierkant stukje,
in het kadaster loopt het hek naar de hoekpunt door. Doch al de eerste bewoners
hebben deze correctie aangebracht. Een hoekwoning, door sommigen begeerd maar
onvermijdelijk zonder binnenplaats of balcon, laat staan zonlicht.
Johannes Distelbrink werd geboren op 7 oktober 1908. Hij
werd loodgieter. Vanaf september 1936 woonde hij in de Willem Passtoorsstraat
14 huis, net als Peets lang vóór de bezettingstijd. Onze ouders eerst vanaf 13
maart 1944. Hij had heel wat gereedschap waarvan ik wel eens wat mocht lenen
als ik de poot van een bed in de vloer moest schroeven want een Baco had ik nog
niet, kreeg die eerst van Henk Zonneveldt. Maar dan na vele jaren kon hij toch
een soort chef worden, bij uitvoeringsprojecten dus een leidinggevende, kreeg
een kleine dienstwagen. Echter rijden kon hij niet zo goed, hij kreeg soms
startprobleem en zat wel een half uur aan de starthandel te trekken. Wij weten
dat dan je motor verzuipt, zoals dit Amsterdamserwijze wordt genoemd.
Veel kwam hij niet op het binnenplaatsje, eenmaal herinner
ik me in de avond hem babbelzuchtig te horen. Hij had een ouwelijk voorkomen. Hij
sprak het woord petroleum uit als [petroluim],
zou hij nou zo ongeletterd zijn
geweest? De etymologie is petro-oleum, dus olie uit steen, oftewel aardolie. Of
is het ‘n accent uit Oost–Duitsland? Ik denk dat in de snelheid je de e-u maar al te vaak afzwakt tot een u. Maar dat is toch dom. Op dat moment
liet zij zich niet meer van de wijs brengen, ik weet nog dat ik hem
interrumpeerde, hij bleef aan het woord en had klaarblijkelijk wel een
leidinggevende Schwung opgebouwd.
Marjon kreeg zo op haar 18e aan een karbonkel in
haar hals bovenop de slagader en stierf binnen drie dagen. Hans studeerde voor
gymnastiekleraar en wandelde om naar fysiotherapeut. Moeder had voor zijn vrouw
een warm hart. Beiden zijn geboren voor de oorlog.
De echtgenote heette Josephina Hendrika Flick en was geboren
in 1910. Wel een Duitstalige naam, maar dat zal wel lang geleden zijn geweest.
Ze was bedreven in naaien volgens patroon en mijn zusje Hanny heeft nog wel wat van haar
geleerd.
Als de Bezettingstijd aanbreekt kon Johannes nog gewoon zijn
werk doen. Maar werd hij misschien werkloos en kwam in aanraking met het Gewestelijk
Arbeidsbureau te Amsterdam - Afdeeling Tewerkstelling in Duitschland. Aldaar
zaten vele N.S.B.-ers die op de klanten aandrongen in Duitsland te gaan werken.
Wie bezwaar heeft voor de vijand zich in
te zetten kreeg verder geen kans en dan
had je ook geen geld. Weigeren durft niet iedereen, de aandrang was te
groot. Of je moest je gedekt houden als je niet wilde werken in Duitsland,
zoals in een zaak en snel wegkomen als er controle kwam. Maar de SD bewaakte
toegangspoorten van gebouwen al stations en bioscopen en grepen jongemannen om
ze op transport te stellen. Dan werd je als aangemerkt onverschillig mens
verdomd slechter behandeld! Op 31 augustus 1942 reisde hij af. Eenmaal werkend
werd het weekloon overgemaakt aan de achtergebleven echtgenote. Distelbrink
kwam terecht in Schönebeck aan de Elbe, schuin boven Dessau in het oosten van
Duitsland. Aldaar was de vliegtuigfabriek van Junkers die de vervaarlijke Stuka
Ju 87 bouwde:

Deze tactische duikbommenwerper was de schrik voor bewoners
aangezien met een hevig gegil van de sirenes over doelen als militaire colonnes
gevlogen werd. Het is me een mooie carrière en je vraagt je af waarom
Distelbrink na de oorlog niet bij Fokker is gegaan? Niet ongevaarlijk in zo een
fabriekscomplex te werken aangezien dit op zijn beurt weer doelwit zal worden
van geallieerde bommenwerpers.
Je begrijpt dat na de oorlog over die tijd niet gesproken
werd, door ons niet en dat deed het echtpaar ook niet maar we wisten ervan wel.
En waarom zouden juist wij wel er
over moeten praten?
De uitvaart van
Johannes.
Misschien te Westgaarde, na 19 mei 1968. De zaal was
stampvol, hoe is het mogelijk! Zowat een Koninklijke loodgieter. Een gewone
man, zo zag hij eruit, hield een toespraak op een predicante wijze, met
overslag van zijn stem. Is dit nu aanstellerij of was de man echt bewogen en
wie was hij eigenlijk wel? Hoe de overledene het ontzettende leed van het
overlijden zijner dochter als moedig mens heeft gedragen. Nou ja, dat moet
iedereen toch met een dooie in zijn familie maar niettemin knap. Hij is dus 60
jaar geworden, wel verrekt jong!
De uitvaart van
Josephina Hendrika
Die was (ook) daar, na 1 juni 1981. Ik ging een uurtje voor
het begin van huis maar de bus maakte me een vreselijke omweg door West. Mooi
te laat, na wat vragen aan pauzerend uitvaartpersoneel kon ik alsnog op de
receptie Hans condoleren. Ook hier vele mensen. De vrouw werd dus 71.
Het overlijdensbericht van Josephina Hendrika Distelbrink-Flick is ondertekend met:
M.A. Mulder van Spellen, Hans (Distelbrink), Myrna, Mirza en Alja
Hans
Zijn naam staat niet meer in de gids van Nieuw-Vennep.
Mirza en Alja zijn niet zo vlug te vinden.
J.A. Heitmann
AMSTERDAM
19-7-2015